Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De leer der Verbonden - pagina 129

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leer der Verbonden - pagina 129

3 minuten leestijd

119 de juiste verhouding: tegenover elkander te stellen. „Zonde" heet het kwaad tegenover de heiligheid „schuld" tegenover de (jerechtiyheid Gods. In het wezen der zaak zijn ze dus onafscheidelijk, en is alle schuld zonde en alle zonde schuld, eenvoudig, omdat de heiligheid en de gerechtigheid in God wel onderscheiden, doch niet scheidbaar zijn, maar in zijn eeuwig "Wezen saamvallen. Maar maakt men, naar de behoefte van onze beperkte natuur, tusschen die beide een zekere onderscheiding, 'tzij in tijdsorde, 'tzij in hoedanigheid, 'tzij in oorzakelijk verband, dan kan nooit de schuld op de zonde volgen, maar is het omgekeerd de schuld, die de zonde voortbrengt. Onze Catechismus zegt zoo treffend juist, dat er in het paradijs bij Adam eerst afval was en toen Ofigrhoorzaamheid. Welnu in dien afval nu stak juist de schuld. Die afval was het innerlijk verborgen feit, toen Adam in het diepst zijner ziel met God brak. D. w. z. toen hij, erkennende de rechte verhouding waarin hij tegenover den Eeuwige stond, alsnu het recht Gods inboog, de gerechtigheid opzij wierp, en wat naar recht hem niet toekwam, nam. Eerst ging het dus tegen het recht, tegen de gerechtigheid in; eerst kwam de afval van en het breken met God in het hart, en eerst daarna kwam uit deze schuld de zondige daad voort, die in de overtreding van het proefgebod als ongehoorzaamheid aan Gods wil en schending van zijn heiligheid openbaar werd. •

-

En

dit

natuurlijk.

is

dan heid en dus roept,

is

die

Want

mensch

als God den mensch tot aanzijn gebonden in de goddelijke mogend-

zie,

eerst

onvrij. Bij dezen onvrije nu is er van recht geen sprake, komt de gerechtigheid Gods dus niet in aanmerking, en kan niet overtreden worden met schuld eenvoudig, omdat het zedelijk leven in dezen natuurmensch nog niet ontwaakt zou zijn. Vrij wordt zulk een natuurwezen dus eerst doordien God zelf een ;

om hem vrij te maken, hem een zelfstangeven, hem rechten toe te kennen, aldus in een verhouding van gerechtigheid tegenover hem te treden, en dusdoende eerst de mogelijkheid te doen geboren worden, dat hij óf dit recht tweede daad doet, de daad dig

bestaan

houdt óf

En

te

dit recht breekt.

nu juist is het, wat we in het paradijs gebeuren zien. Eerst schept God den mensch en blaast in zijn neusgaten den adem des levens; en nu zijn in dezen naar den beelde Gods geschapen mensch wel alle krachten des zedelijken levens aamvezig, maar hij zelf is zich van zijn vrije, zedelijke positie tegenover den Heilige nog niet bewust. En daarom komt er nu een tweede daad Gods, die alsnu de daad van 's menschen schepping completeert. De daad namelijk, dat God met Adam, „als een man met zijn broeder" gaat handelen, hem hierdoor zijn persoonlijke wilsvrijheid tot bewustzijn brengt, hem zijn rechten doet gevoelen tegelijk met de rechten, die God op hem heeft,

dat

en aldus juist door de verbondssluiting de scheppingsdaad voltooit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's

De leer der Verbonden - pagina 129

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's