Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 120

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 120

3 minuten leestijd

106

Er is van Zedekin, den koning der ballingschap, sprake; die naar Babel in ketenen siiug; en in Babel gevangen bleef; maar in eere; op het. praalbed te Babyion stierf, en onder de hulde van volk en koning werd uitgedragen naar een vorstelijk graf. En van dien Zedekia, een Pavidskind, een man uit de heilige linie, een der voorbeeldende personen van den Messias, wordt nu onder Geestes drijving aan Jeremia geprofeteerd, dat hij aldaar, d, i. te Babel blijven zal „totdat Ik hem. hezoeke, spreekt de Heere," d. w. z. tot aan zijn dood toe. Nu blijve de vraag, of Zedekia een begenadigde was of verviel aan het oordeel, buiten rekening. Dat zijn vragen, die wij niet te beslissen hebben. Vragen, die wij niet kunnen beslissen. Wie weet, wie zal zeggen, wat God de Heere in een ziel gedaan en gewrocht heeft, zonder dat wij er iets van merkten. En immers niet op wat het schepsel openbaart en van zich uitgeeft, maar op „het werk Gods in zijn ziel" komt het aan. o, Ik weet niet, maar ik denk, dat de dag der dagen, die groote en doorluchtige dag des Heeren, zoo ontzettende verrassingen zal brengen. Zooveel van Lo ammi zal „mijn volk" heeten, en wie weet hoeveel van wat „mijn volk" heette, zal in de einduitkomst van Lo ammi zijn. Ook over Zedekia's genadestaat oordeelen we dus niet. We komen er alleen op, dat de Heere der heirscharen zegt, dat, als Zedekia zijn uiterste zal bereikt hebben en aan zijn einde toe zal zijn, dat God de Heere hem dan zou bezoeken, en dat dat bezoeken van God, zijn eigenlijk sterven zou zijn. En met het oog daai'op zij gevraagd, of er uit dat laatste bezoeken niet een heerlijk licht op al de (/emeenschapsoefening van God met zijn schepsel valt, en of omgekeerd dat inkeeren van God tot zijn schepsel niet eerst het sterven in zijn diepte verklaart? Scheid toch niet te zeer, wat saam hoort.

Uw leven is één de deelen van uw leven hooren bij elkaar de oogenblikken die ze vaneen scheiden zijn maar fictief; dat is de tijd, die er eigenlijk niet is; en valt weg in het eeuwige, in de diepte der dingen, die voor God bestaat. Voor Hem, bij wicu duizend jaren zijn ;i,ls één dag, en dus ook uw heele leven, al bereikt ge negentig en meer jaar, hoogstens als één da;/, d. i. als écne enkele levensuit;

gieting,

;

voorbijgaat.

Uw

leven staat dus in het licht van uw dood, en uw dood is niet anders dan het leven in zijn uitgang. Het hoort alles bijéén. Al die scheidingen van jaren en dagen bestaan wel voor uw besef, maar niet voor God. Voor zijn oog vnlt alles saam, en saam valt het dus in de wezenlijkheid. Want wezenlijk zijn de dingen niet zooals gij ze ziet, maar zooals ze gezien worden

door God.

Nu komt

in dit lange leven die trouwe

God en Vader

zijn

schep-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 120

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's