Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 138

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 138

2 minuten leestijd

!

IM xLrv.

Cn

in be buï^terni^ taanbcïcn! Indien wij zeggen dat wij gemeenschap met hebben en wij in de duisternis wandelen, zoo liegen wij, en doen de waarheid niet. 1 Joh. 1 6.

Hem

:

Twee dingen moeten voor een Christenmensch muurvast

staan.

moet ten allereerste klaar en duidelijk van zichzelven weten: „Ik wandel niet in de duisternis, maar in het licht." Maar even vast en stellig moet hij van zichzelven belijden en erkennen „Ik heb zonde. En zelfs dan, als ik mij geens dings bewust ben, zal en moet ik nog roepen, om vergeving van verborgen zonden. Immers God is meerder dan ons hart. Wat ik niet weet, kan Hij weten. Hij, die heilige God, met zijn aldoordringend oog!" Geef een van die beide overtuigingen prijs, en ge staat terstond Hij

:

buiten het Christengeloof en zijt een leugenaar geworden. Hoor maar, wat de apostel zegt „Indien we zeggen dat we gemeenschap met Hem hebben en toch in de duisternis wandelen, zoo liegen wij." Maar even beslist in vs. 8 „Indien we zeggen, dat we geene zonden hebben, zoo is de waarheid in ons niet." De heilige apostel laat de schijnbare tegenstelling dus eenvoudig staan, zooals ze staat, en snijdt daarmee zoowel de antinomiaansche loslevendheid als de perfectionistische zelfgenoegzaamheid bij den wortel af. Beide saatn moeten in u zijn, zoowel „een wandel in het licht" als een „gestadig belijden van uw zonde." Een raadsel Een zedelijk mysterie het zij zoo Mits gij u maar bij het Woord houdt, en niet afwijkt rechts zoomin als links :

:

!

!

!

;

Hoe

dan is? oude Zanchius zei: „Lieve broeders, ik kan wel terdege wandelen op een weg, waarop het licht is, en toch gedurig vallen. Maar als ik wandel op een weg waar alles duister is, kom ik, ook al was het dat ik een tijdlang schijnbaar goed liep, ten slotte toch om." „In de duisternis wandelen" dat kan dus onmogelijk met het geloof saam bestaan. Wie dat doet en desniettemin beweert een Christen te zijn, die is in den volsten zin van het woord niets dan een Earizeër, een huichelaar, een geveinsde, een die zijn eigen ziel vermoordt en anderen naar het leven staat. Nu zijn er zulke geestelijke vampyrs; zulke schrikkelijke onheilige

Onze

dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 138

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's