Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 183

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 183

3 minuten leestijd

173 welke twee de mensch zelf dus had te kiezen. Vooral de Socinianen dreven dit ver, ontkenden eiken band tusschen 's menschen natuur en Gods wezen en beschouwden de kennisse Gods, die het deel der vromen was, als een gave, die niet naar eisch van, maar in strijd met natuur hem werktuiglijk was meegedeeld. En wees men 's menschen hen op het onloochenbaar feit, dat bij alle volken ter wereld eenige Gods vereering, hoe diep dan ook gezonken, gevonden werd, dan redd'en ze zich door de uitvlucht, dat priesterlist en vorstenheerschzucht looze mysteriën uitgedacht en ijdeltuitige plechtigheden hadden ingevoerd, om de onkundige menigte te misleiden en te onderwerpen aan hun gezag. Tegen die voorstelling kwamen de vrome godgeleerden der Gereformeerde kerk met klem en nadruk op. Ze gaven niet toe, dat het in den strijd met de Socinianen een beuzelachtig geschil gold, maar beweerden terecht, dat naar gelang uw blik op den mensch, op zijn natuur en wezen, het zaad der Godskennis in hem erkent of loochent, geheel uw belijdenis een andere, een andere de ontwikkeling uwer maatschappij wordt. Ze keurden het zelfs in de Luthersche zusterkerk af, dat deze zich in het bestrijden dezer grondd waling minder ijverig betoonde en ontleenden hieraan slechts een prikkel te meer, om in de handhaving van dit gewichtig stuk der waarheid te volharden. God te kennen is wel terdeeg eisch onzer menschelijke natuur, en hoezeer ook onze natuur door de zonde bedorven is, zóó diep bedorven dat het niet dieper kan, toch blijft, wat bedorven is onze menschelijke natuur en is daarom zonder dien eisch om God te kennen ondenkbaar. Men mag niet beweren, dat er aan het diep bederf onzer natuur iets ontbreekt, als had dit bederf nog verder kunnen gaan, zoodat bij dieper doordringen van dit bederf zelfs die natuurlijke Godskennis zou zijn te loor gegaan, In dien zin spreken onze vaderen nooit. Hun opvatting van de diepte der zonde sneed elke mogelijkheid tot nog diepere opvatting af. De zonde gold hun als absoluut kwaad. Het verderf, door de zonde te weeg gebracht, was in hun schatting volstrekt. Een afdingen op de diepte van dit verderf lieten ze niet toe. Ze vonden de natuurlijke Godskennis, niet in een verborgen schuilhoek van het menschenhart, die bij geluk voor de besmetting der zonde was bewaard gebleven, maar integendeel, middenin het diep bederf, dat door de zonde over geheel onze natuur was gebracht. Een indruk van Gods bestaan en van aanhoórigheid aan God te hebben is de vaste eigenschap van alle redelijke wezens. Ze kunnen zonder dien indruk geen oogenblik gedacht worden. Hun zedelijke ontaarding verandert wel de verhouding, waarin ze tot God staan, maar heft den indruk, dat ze met God te doen hebben, niet op. De duivel gelooft ook, maar siddert, d. w. z. ook de Sathanas kan den indruk van Gods aanzijn en zijn aanhoórigheid aan hem geen oogenblik van zich weren; maar die indruk, in stee van hem in het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 183

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's