Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dat de genade particulier is - pagina 235

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dat de genade particulier is - pagina 235

3 minuten leestijd

!

225 opdat Ik in u mijn kracht zou bewijzen"; en eindelijk in Hom. 11 7 we: „Hetgeen Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar de. uitoerkorown hebben het verkregen en de anderen zijn verhard geworden, gelijk geschreven is: „God heeft hun gegeven eenen geest des diepen slaaps, oogen om niet te zien, en ooren om niet te hooren." Hieruit blijkt derhalve dat Paulus afwist van een voor ons onbegrijpelijke, maar niet minder ontzettende werking Gods, die met opzicht tot enkele met name genoemde individuen en zelfs van een gansche groep menschen een reuke des doods ten doode baarde. En overmits men nu niet van iemand zeggen kan dat hij datgene wil wat hij eer belet en tegenhoudt, dan bevordert, zoo staat vast, dat naar Paulus' stellige uitspraak de persoonlijke zaligheid van Parao en Ezau en de in Hom. 11 7 bedoelde Joden niet met een bedrijvenden wil door God kan gewild zijn. Hoe breed men dus ook de schare uitmete (en ook wij doen dat breed mogelijk) tot wie naar Gods wil de zaligheid komt, liefst zoo met Rom. 9 en 11 voor ons, staat het nu eenmaal vast, dat het niet van alle menschelijke individuen zonder onderscheid of uitzondering kan of mag gezegd worden: God heeft hunne zaligheid yewild. Wat te bewijzen was :

lezen

:

Hiermee Paulus

is

alzoo bewezen, dat de

kunnen bedoeld

niet

zijn

woorden in den zin,

in

1

Tim. 3

:

4 door

alsof het Godsbestel

daadwerkelijk zoo v/are ingericht en aangelegd, dat het de zaligmaking beoogde van Adam en al zijne nakomelingen. Yraagt men ons nu al verder, hoe we dan deze woorden op bevredigende wijze verklaren kunnen, dan stellen we op den voorgrond, dat dit eigenlijk ons niet kan worden opgelegd. Reeds de apostel Petrus gewaagde er van, dat er in Paulus' brieven plaatsen zijn zwaar om te verstaan. Ook al bleek het dus, wat we niet gelooven, dat het nog niet ging, om een bevredigende oplossing van deze plaats te geven, dan viel hiermee nog volstrekt ons betoog niet. Want immers men hield vol dat Paulus hier op alle Adamskiïideren het oog had. En nu bleek dat dit niet waar is, zijn de Uni versalisten builen gevecht gesteld; ook al bleef ons deze Schriftuitspraak donker. Maar hoeft dat? Ons dunkt, neen! Hetzij men toch onder „den wil Gods" hier alleen versta „dien wil die onze gedraging regelt", hetzij men onder „alle

10

:

menschen" 11

— 13,

met Paulus' In

het

leer uit

eerste

wil dat alle

IV

versta alle soort van menschen, gelijk in Rom. in beide gevallen loopt de zin zonder tegenstrijdigheid

Rom.

en 11 door.

9

geval bedoelt

menschen

zalig

men dan

worden",

is

dit: „Als Paulus zegt; er

geen sprake van dien 15

God wil,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Dat de genade particulier is - pagina 235

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's