Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 234

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 234

3 minuten leestijd

226

hun leven, naar de Heilige Schrift ons meldt, een wonderbaar, een buitengewoon, een gansch raadselachtig veertigdaagsch vasten. Yan onzen Heere en Heiland lezen we, dat, „toen hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, hem ten laatste hongerde." (Matth. 4 2). Van Elia desgelijks in 1 Kon. 19:8: „Zoo stond hij op en at en dronk en ging door de kracht van dezelve spijs veertig dagen en veertig nachten tot aan den berg Gods, Horeb." En evenzoo van Mozes, zie Exod. 34 28 „En hij was aldaar met den Heere, veertig dagen en veertig nachten, hij at geen brood en Een feit door Mozes in zijn afscheidsrede aan dronk geen water. Israël in dezer voege vermeld: „Als ik op den berg geklommen was, om te ontvangen de steenen tafelen, de tafelen des Yerbonds, dat de Heere met ulieden gemaakt had, toen bleef ik veertig dagen en veertig nachten op den berg, at geen brood en dronk geen watert in

:

:

:

''^

(Deut.

9:9).

Dat een vasten van bijna zes weken ons daarmee zou zijn voorgeschreven, ontkennen we. Het was, zoo bij Jezus, als bij Mozes en Elia, daartoe een te buitengewone gebeurtenis, dan dat ze ons ten regel zou gelden. Om veertig dagen te kunnen vasten, is een wonNergens van goddelijke kracht onmisbaar. derbare ondersteuning wordt in de Schrift gezegd, dat we op het te hulp komen van die wonderbare kracht rekenen kunnen. Zonder stellige belofte Gods ze in te wachten, ware roekeloos, een verzoeken van den Heere. En ook het strenge, volstrekte vasten van den Horeb en de Woestijn in een gedeeltelijke onthouding van enkele spijzen om te zetten is een willekeurige beperking aanbrengen, waartoe niemand recht heeft en die eiken samenhang met dit wonderbare vasten verbreekt. Dit neemt intusschen niet weg, dat, afgezien van den duur en de lengte van tijd, het vasten, zelfs in zeer strengen zin, van Jezus, van Elia en van Mozes vermeld wordt, niet als iets onverschilligs, maar als iets dat samenhing met den geestelijken strijd, dien ze in den Naam des Heeren bestaan hebben niet als iets dat ter zake niet afdeed, maar als een hoogst opmerkelijke gebeurtenis in een der gewichtigste oogenblikken van hun leven; veel min als iets, dat naar bijgeloof zweemen zou, maar als een daad der onthouding, waarin de goddelijke Naam verheerlijkt werd. Dit blijkt bij Mozes, want hij vastte terwijl hij op den berg in de tegenwoordigheid des Heeren verkeerde; dit blijkt bij Elia, want de engel des Heeren had hem ;

de spijze geboden, die hem tot dit lange vasten bekwaamde; en blijkt evenzeer bij Jezus, want toen hij vasten zou was hij in de woestijn geleid door den Heiligen Geest. 2. Ten tweede lette men er op, dat Jezus zelf zich herhaaldelijk in goedkeurenden zin over het vasten heeft uitgelaten. Met het bidden en aalmoezen doen stelt Jezus in de Bergrede het vasten op één lijn; beveelt door het misbruik te wraken, het gebruik

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 234

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's