De leer der Verbonden - pagina 224
314
Weet men nu, dat in al deze Schriftplaatsen volkomen hetzelfde 19 voorkomt, dan achten woordeke gebezigd is, dat in Matth. 28 we na deze opgave zelfs den eenvoudigsten landbouwer volkomen in staat en bevoegd, om zelfstandig te oordeelen, wat er aan zij van het stout beweren; dat er moet vertaald worden „tot den naam," want :
dat eis beteekent
Er Er
is
tot.
tvreeërlei vertalen.
is een vertalen van den pas beginnenden, nog onhandigen schoolknaap, die, woordeke voor woordeke overzettend, in zijn woordenboek het eerste woord het beste neemt, dat ter vertaling wordt aangewezen. Zulk een vertalen noemt men een cacographie, die, door en door onwetenschappelijk, de woorden en niet den zin weergeeft. Aan zulk een vertaling nu hebben onze modernen, onze dagbladen, onze clericalisten, en, in koor met hen, menig halfgeleerde ouderling zich schuldig gemaakt, toen ze met de hoonende spotternij hunner ingebeelde wetenschappelijkheid uitriepen: „Maar eis beteekent toch immers tot?" o, Gewisselijk! zoo ik geen hoogeren eisch ken en als de schoolknaap mijn woordenboek opsla en het voorzetsel eis opzoek, dan vind ik als één der beteekenissen ook tot. De Christelijke kerk daarentegen, en allermeest ook onze Gereformeerde vaderen, namen het met de taak der vertaling ernstiger op. Niet als broddelende schoolknapen, maar als mannen van wetenschap wilden ze het werk der overzetting volbrengen. Zoo nu beschouwd, wordt de arbeid der vertaling iets geheel anders. Dan zet men niet woordeke bij woordeke over, maar dringt in het taaieigen van den grondtekst in, om den zin van het geschrevene te vatten, en onderzoekt daarna zijn eigen taal, om nu uit haar woordenschat zulk een keus te doen, als in zuiver, edel HoUandsch dezelfde gedachte weergeeft. Maar dan ook meent men niet voldaan te hebben, zoo men slechts de eerste beteekenis de beste aangrijpt, die het vreemde woord hebben kan, doch onderzoekt met scherpzinnigheid en beleid in wat onderscheiden beteekenis het voorkomt en schift en scheidt en kiest met gekuischten smaak en fijnen tact, welke dier beteekenissen in de aangewezen zinsnede het keurigst en zuiverst de bedoeling van den spreker teruggeeft. Dat nu willen we ook met dit woord onzes Heeren beproeven. Thans eerst kunnen we dit, nu het zelfs den eenvoudigste zonneklaar gebleken is, dat het luid en luchthartig geroep: „slg moet tot beteekenen/*^ zonder meer de lippen van den man der wetenschap
ontsiert.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's