Practijk der godzaligheid - pagina 86
78
kan alleen zijn, wat Hij in zijn wet ons gebood. die strikt noodzakelijke onderscheiding verliezen de minnaars van dit stil-leven nu gan schelijk uit het oog. Toen Israël zijn voet in de bedding der Roode Zee zette en met is
en
steeds
Maar
zie,
paniek schrok en sidderde voor den kling van Farao's achterruiters, gelastte de Heere, krachtens zijn verborgen raad: „Sti'ijd niet^ Ik zal strijden voor m/" En de Heere kon dit zeggen, omdat zijn uitgestrekte arm reeds was opgeheven en de golven van de zee wachtten op zijn machtwoord. Het is dus een geval, dat geheel op zich zelf staat; waaruit niet de minste gevolgtrekking door Israël voor later te trekken was; en nog veel minder voor ons, of wien ook te trekken valt. Voor ons- is de geopenbaarde wil des Heeren. Op de nu en dan voorgekomen uitlating van zijn verborgen wil zich te beroepen, is on vroom; tegen Gods bestel ingaande; misbruik van de Schrift.
bange
opkomende
Ten tweede
zij
op gewezen,
er
dat zeer zeker ook ons door den
kunnen worden: „Moord dit volk uit!"; of: „Ga weerloos tegen dit volk en ongewapend uit!" en dat wij het dan zeer Heere
gelast zou
stellig
alzoo
inborst
baar
is
zouden
er tegen
en
niet
te
volbrengen
hebben, hoe ook onze natuurlijke
opkwam. Maar hier staat tegenover, dat kan voorkomen, tenzij de bijzondere
ondenkopenbaring
dit
terugkeere.
Herstel zoo gij kunt de „Urim en Thummim'^ ; herstel het oude zienerschap van mannen die God voor het volk ondervragen kunnen; of ook, geef een nieuw middel aan de hand, om in voorkomende gevallen ons kennis te doen krijgen van Godes verborgen raad; en wees er overtuigd van dat we zonder aarzeling, voetstoots aan uw zij treden. o, Zeer gewisselijk! Indien er b. v., eer men den strijd tegen valsche theologie en valsch kerkregiment aanbond, een openbaringsmiddel, een soort orakel, bestond, om tot in bijzonderheden den wil des Heeren
—
en wij, of wie ook, had kennen, of Hij het wilde of verbood alsdan, met voorbijgang van dit orakel, gehandeld op eigen aandrift wie zou dan nog aarzelen, om zulk een van verregaande lichtzinaf, nigheid, schromelijke oneerbiedigheid en ergerende hoovaardij bij God en menschen aan te klagen? En immers dan zou die aanklacht onvvraakbaar zijn! Maar gelijk ieder weet, toestemt en niet ontkennen kan zulk een orakel ontbreekt ! De „urim en thummim" zijn verloren. Er is geen man Gods meer dat we hem ondervragen gaan over den wil des Heeren. De bedeeling der bijzondere openbaring hield op. In voorkomende gevallen ontbreekt dus de gelegenheid, om kennis te krijgen van 's Heeren verborgen wil; en wij voor ons, zijn bij elke omstandigheid, waarin we geraken, aangewezen op den geopen-
te
;
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's