De leer der Verbonden - pagina 133
123 belijdenis van het eerste paradijsverbond kerk en die der Eeformatie nog niet uit den schat des Woords opgedolven, maar eerst in de voorgaande eeuw aan de gemeente des Heeren geopenbaard, wat zou hiermee tegen de waarheid van dit leerstuk zijn ingebracht ? Wij voor ons althans staan vast en onwrikbaar in het vertrouwen, waar in de dagen der Hervorming reeds Johannes a Lasco zoo schoon getuigenis aan schonk, toen hij schreef: „Ik zou mij de bedeeling des Heiligen Geestes al zeer doodsch moeten denken, indien ik aan dien Leeraar en Trooster der gemeente den pas wilde afsnijden, om ook in later eeuwen nog inzichten in het heilgeheim te openbaren, die de gemeente uit vroeger tijd of uit de dagen van mijn eigen Stel
ware
dus al door de
de
heerlijke
oude
leven nog niet zoo ontvangen had." Er is ontwikkeling ook in de kennisse der waarheid. Niet die averechtsche ontwikkeling, die onder den valschen naam van wetenschap, loswrikt en afbreekt wat vast stond, maar wel die deugdelijke ontwikkeling die voortbouwt op het eens gelegde fondament en steeds hooger de muren van het gebouw der waarheid rijzen doet. En ons gereformeerde volk, wel verre van aan die gestadige verlichting des Heiligen Geestes den weg af te snijden, dringt veeleer ten ernstigste op voortarbeiden in het heiligdom der waarheid; slechts protesteerend
en zich met alle macht verzettend tegen een dusgenaamd kweeken van de plant, waarbij men begint met haar de wortelen uit den vasten levensbodem los te trekken. Het zou ons dus niet in de minste ongelegenheid brengen, ook al ware het dat deze „anonieme maar beroemde godgeleerde" ten deze een getuigenis naar waarheid had gegeven; en slechts de beroemdheid zou met reden in twijfel mogen worden getrokken van een godgeleerde die, en dat nog wel anoniem, zoo onwetenschappelijk dorst oordeelen.
Maar wat voor ons de zaak nog eenvoudiger maakt beweren hoegenaamd niets aan is.
is,
dat er van
zijn
De vrucht
belijdenis toch van het eerste paradijs verbond is zoo weinig een van latere ontwikkeling, dat ieder bezitter van onze Staten-
vertaling o. a in de voorrede op het Nieuwe Testament, die in 1635 gereed was, een zeer eenvoudige, volledige en heldere uiteenzetting van de leer van het Werkverbond vinden kan; en moeilijk maken we er ons een begrip van, hoe de redacteur van bedoeld weekblad zich zulke ondoordachtheden in zijn kolommen liet plaatsen, daar hij zelf uit zijn eigen Statenbijbel toch beter was geleerd.
En
zelfs
bij
die
Statenvertaling
hoeven we niet
te blijven staan.
de eerste gereformeerde theologen toch die in Nederland lang vóór de Dordsche Synode aan de Leidsche Academie geschitterd hebben, zijn in de belijdenis van dit paradijs verbond zóó omstandig, zóó uitvoerig en zóó duidelijk, dat men geen woorden weet te vinden,
Eeeds
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's