Heils termen - pagina 255
245 nakelen sproken.
en
van
De
de
schitterende
bespaarden we
tot
berichten, bleef dusver nog onbelichtwolk, waarin het geheel zich afrondt,
Stemme Gods
afzonderlijke meditatie.
zonderlinge tnsschenspraak van Simon Bar-Jona? Waartoe die storende bemoeiing, die we wel uit het geschiedverhaal wilden uitlichten, en die schijnbaar geen andere strekking heeft, dan om den draad van het gewijd verhaal af te breken? Wat dunkt u ? Zou de stem uit den hemel, die straks de stilte Hem!" vervult, geen vingerwijzing ter oplossing bieden? „Hoort eischt woordschikking, die vorm, in dien Immers, die uitroep, in heeft men Steeds maar Hem! andere, een tegenstelling! Niet dien het en grijpen, zoeken te ook dan tegenstelling dit beseft en die
Wat
wil
die
nauwelijks herinnering, waar men die tegenstelling meende gevonden te hebben. Niet waar? Mozes was verschenen, en wat kon voor het ontzenuwd, verflauwd halfgeloof een scherper tegenstelling vormen, dan Mozes en Jezus! Had men zich niet reeds lang in de
behoeft
Wat kon dan meer van het Oud Verbond verlustigd van dit Schriftbestrijkader het beter in wat liggen, voor de hand geliefde, die zoo zoo die ook hier dan passen, dend rationalisme Natuurlijk. Hem!" „Hoort vinden. terug te tegenstelling gezochte maar Hem!" Mozes! „Hoort niet zeggen: wilde Dat Thans heeft deze valsche Schriftbeschouwing haar tijd gehad. Ze mooge nog enkele woordvoerders vinden, maar ze rekent niet meer terugzetting
-
!
mee. Die nu nog aan de Schrift vasthoudt, is zich de eenheid tusschen Oud en Nieuw Yerbond bewust. Wie tegen het Oude is, verwerpt ook het Nieuwe als bundel van goddelijk gezag. Daartoe moest het komen. Zoo er toch een tegenstelling tusschen Mozes en Jezus denkbaar ware, zoo scherp als men voorgaf, dan volgde hieruit onmiddellijk, dat Mozes' openbaring, dat zijn geschriften, dat geheel de uitstraling van zijn machtige persoonlijkheid, niet als een Openbaring van Gods-wege, maar als de uiting van Mozes' eigen, nog zoo beperkt en bekrompen, Israëlietisch standpunt te beschouwen is. En dit eenmaal toegegeven, dan ligt, wie gevoelt het niet, geheel het gebouw der Bijzondere Godsopenbaring ter neder. Neen, zal er een tegenstelling zijn tusschen Jezus en een andere^
moet die andere niet als Godsmmi, als drager der goddelijke openbaring, maar als Mensch en drager der menschelijke neigingen optreden. Het roepen „Hoort Hem!" is tot den mensch, is aan de gemeente gericht, en onderstelt dus, dat er bij den mensch een neiging aanwezig is, om den Christus, gelijk Hij hier optreedt, niet te hooren, en de vraag ontstaat dus: waar in dit verhaal het spoor van zulk een neiging, van zulk een uiting der menschelijke natuur wordt
dan
ontdekt ? Ons dunkt, die vraag kan nauwelijks gedaan worden, of ge denkt onwillekeurig aan Petrus en zijn schijnbaar zonderlingen voorslag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's