De leer der Verbonden - pagina 123
113 zijn, indien God de Heere dit in hem sluimerend besef had opgewekt? Eerst doordien God den mensch aansprak, een met wien Hij, God, onderhandelen wilde, kon in den mensch
opgekomen niet als
zelf
opleven het besef, dat hij zelf een zelfstandig leven bezat. Zonder intreding van een opzettelijk gesloten verbond, blijft dus Adam een verzinken onder de verpletterende majesteit van alles bij den almogenden en alomtegenwoordigen God; en eerst doordien die Almachtige hem zelf tegenover zich plaatst, komt er in den mensch een gevoel, een besef, een wetenschap van verantwoordelijkheid voor roeping en plicht. Daar gaan we dus nooit van af. Het Verbond der werken lag niet steelsgewijs in de schepping van den mensch, maar kwam door opzettelijke bondssluiting na de schepping tot stand. En evenzoo moet men de zaak de zaak laten, en dus niet wat een verbond was verflauwen of verzwakken door het te verwateren tot een bloote
belofte.
Een
belofte toch is met of zonder bedingen. Zegt men nu, het was een belofte zonder bedingen, dan springt het toch in het oog, dat men op den paradijstoestand in den staat der rechtheid overbrengt, wat alleen denkbaar is als genade en erbarming tegenover den staat der zonde. En zegt men: Neen, maar een belofte met bedingen^ dan vragen
we wederom, met „aangenomene" of „niet aangenomene" bedingen? Antwoordt ge nu: „Een belofte met hedin^Qn die Adam niet aannam", dan begaat ge natuurlijk de fout, om u in den nog onzondigen Adam reeds opstand en verzet tegen den wille Gods te denken. En zegt ge, ,,Neen^ maar een belofte met zelf hiervan het ongerijmde inziende: welnu, dan twisten we over woorbedingen die Adam aannam T'
—
den niet, maar vragen toch met dringenden ernst, waarom men de waarheid dan nog langer tegenspreekt ? Of is dan soms „een verbond", en „een conditioneele belofte, waarvan de bedingen zijn aangenomen", niet precies hetzelfde, als twee druppelen waters het ééne aan het andere gelijk?
Hiermee in verband staat nog iets anders. Er zijn er nog altijd, die over het onbeduidende van die snoeper in het paradijs, zooals ze zeggen, niet kunnen heenkomen, en zich nu inbeelden, dat het Werkverbond iets aparts is, dat eigenlijk met het verbod, om van den boom der kennisse te eten, niets te maken heeft. Hoe, weten we zelven niet, maar ze stellen zich dan voor, dat de sluiting van het Werkverbond daar achter ligt, en dat het dus slechts een onderstelde gebeurtenis zou zijn, waarvan ons niets wordt bericht. ij
Dit nu is Onder de
volstrekt misgezien.
sluiting van het
Werkverbond
verstaat
men
wel terdege
die in Genesis 2 en 3 tamelijk uitvoerig meegedeelde daad Gods,
betrekking heeft op den
V
boom
der kennis. 8
die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's