Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil ons toekomende - pagina 66

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil ons toekomende - pagina 66

3 minuten leestijd

56

den weg. Ook van 's Heeren wederkomst toch wordt Christus zoowel als door zijn Apostelen op den toon der sterk gespannen, onverwijlde verwachting gesproken, die verre van vergissing te verraden, eer onmisbaar kenmerk is van helder, veervatting

door

niet in

den

krachtig geloof.

De gelijkenis, ons in Liikas 19 meegedeeld, schijnt zelfs voor deze opvatting te pleiten, want aanleiding tot haar uitspreken gaf de waan der discipelen „dat het Koninkrijk Gods ojjenbaar zou worden,^' en dien waan bestrijdt de Heere uitdrukkelijk, verwijzend naar zijn wederkomst op de wolken. Toch is hiermee de aankondiging van het nabij zijn des Ivoninkrijks niet uitgeput, mits men den zin van dat woord slechts niet in een afgetrokken begrip late doorvloeien. Eationalistische prediking, invloed der wijsbegeerte en een valsch, aan de Schrift vervreemd spiritualisme hebben ons gewend, onder „Koninkrijk der hemelen" niet veel meer te verstaan dan het „rijk van waarheid en deugd," het „rijk van liefde, licht en leven." Zóó opgevat, mist echter Johannes' woord zoowel als dat van den Heere zelven allen zin. Immers, waarheid en deugd, licht zoowel als liefde was op aarde geweest ook vóór zijn verschijning, en men moet wel een zonderlinge voorstelling van de geschiedenis vóór Christus hebben, zoo men ze tot aan zijn optreden van deze heerlijkheden verstoken waant. Doch niet alleen de geschiedenis, ook den godsdienst komt men hiermee te na. Het is dezelfde feil, als waarin het half-geloof vervalt, dat ten spijt van onze Gereformeerde vaderen, alle rechtzinnigheid in het aangezicht slaat en prediken durft, dat de Christus door zijn offerande den Vader tot barmhartigheid zou hebben bewogen. Aan de eere Gods doet deze voorstelling te kort. Hij is de Onveranderlijke. Hij wordt niet „de ontfermende Liefde," maar is dit van eeuwigheid. Niet Hij wordt Vader door den Zoon, maar de Zoon is wat Hij is krachtens de eeuwige onveranderlijke wezenheid des Vaders. Niets is derhalve op geestelijk gebied ooit geworden. Alles is, wat het is van eeuwigheid. Noch Bethlehem, noch Golgotha, noch het geopend graf scheppen een goddelijk iets, dat eerst door hen begint te bestaan. Zij zijn slechts de openbaring, de ingang in de werkelijkheid van wat eeuwig was in en bij God. Althans in onze Kerk moet deze belijdenis met hand en tand worden vastgehouden. Ze hangt op het innigst met de erkentenis van een „Besluit" in den Eeuwige en van zijn „on verander lij ken Raad" saam. Een scheuring tusschen Oud en Nieuw Verbond als men prediken wil, is op het Gereformeerde erf contrabande. Het zuiverst, heerlijkst idealisme is steeds door onze vaderen beleden. De naam Jehovah reeds is onweerlegbaar protest tegen zoo onware prediking. ,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's

Het heil ons toekomende - pagina 66

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's