Heils termen - pagina 149
139 toch weet dat eer die afgrond zich voor eeuwig sluiten zou, dan dat hij hem ontvangen zou als zijn prooi. Nu eerst wordt het leven, wordt het werkelijkheid voor hem dat bidden, waar een verbrijzelde ziel in uitvloeit, dat smeeken, waar een verslagen hart zich in uitgiet, dat zich klemmen met de verzuchting der ziel aan den Almachtige, om heil, om uitkomst, om redding in gered,
toch
er
niet
instort,
ontferming en genade. En 'komt het Amen op die bede, gaat de nacht, waarin het hem bange was, voorbij en daagt het morgenlicht van vrede en vreugde weer op zijn levensweg, neen, dan verlost gevoelt, is het niet slechts die tijdelijke" nood, waaruit hij zich voor hem licht het in lijdensnacht den uit uitgaan maar dan is zijn te
roepen uit
zijn
opstanding ten leven, een ervaren, zoo als vroeger nooit, van de eeuwige verlossing, die aan zijn ziel geschied is, en met den Psalmist geweest" uit Zion's tempelzalen roept ook hij „na verdrukt te zijn uit: aanbidding en in verrukking
Wat zijt Gij goed, wat Op ieder die U vreest
spreidt al
uw menschenmin
milden zegen.
lijden is lijden met Christus. Allen wien het zoo in vergaat, worden door lijden geheiligd. Slechts hij, die dood nood en op den aschhoop heeft nedergezeten, verzielservaring een met zulk en weet wat „de vreedzame vrucht der smarte der mysterie het staat
zulk
Eerst
gerechtigheid"
is.
ook de vrucht der lijdzaamheid, der stilheid in God, der afster ving van 'boezemzonden der draagt, maar eischen, dat men in dit alles „de vreedzame vrucht gerechtigheid" niet doe opgaan; dat het lijden van den wortel der conscientie en den geestelijken achtergrond niet worde losgemaakt;
We
ontkennen
dus
allerminst,
dat
het
lijden
het lijden van den Christen niet vereenzelvige met de smart, lijden die ook het kind der wereld kent; bovenal dat men van het dat als instrument der heiligmaking sprekend, zich bewust blijve, onzer die heiligmaking een genade Gods is, die naar den zegstrant vaderen alleen den „bondgenooten," gelijk de Schrift het uitdrukt, dat
men
alleen
den „zonen" en dochteren, niet den „bastaarden" toekomt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's