Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 61

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 61

2 minuten leestijd

61

is

Dat intusschen de wedergeboorte, dus opgevat, slechts de aanvang van een daad Gods, die zich door geheel het geloofsleven voortzet

en lijke

eerst in de volle heerlijkheid voltooid zal zijn,

vereischt afzonder-

uiteenzetting.

Er lag ten deze waarheid in de voorstelling door onze vaderen gegeven, dat wedergeboorte de voleinding is van het geloof.

XI.

DE WEDERGEBOORTE DER SCHEPPING. Gij, die mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, als de Zoon des menschen zal gezeten zijn op den troon zijner heerlijkheid, ook zitten op twaalf tronen, oordeelende de twaalf geslachten Israëls. Matth. 19 28. :

De wedergeboorte grijpt niet enkel plaats ten aanzien van den mensch, maar van de geheele schepping. Die dit uit het oog verliest, verstaat de verborgenheid der wedergeboorte niet. Nooit komt de mensch in de Schrift voor als een wezen, dat op deze aarde neergezet is, zonder met die wereld in verband te staan. De mensch hoort bij de schepping, de schepping hoort bij den mensch. De mensch kon er niet komen, dan nadat de schepping en gedeeltelijke ontwikkeling van deze wereld was voorafgegaan, en omgekeerd eerst in het tot aanzijn roepen van den mensch die schepping is gekroond. De mensch is niet buiten deze aarde geschapen, en daarna van buiten af in deze wereld ingebracht. Hij is geformeerd uit het stof dezer wereld, d. w. z., uit de materie en haar bewerktuiging, gelijk die reeds in de verschillende rijken der natuur was tot stand gekomen. Tusschen den mensch en de schepping bestaat dus het innigst verband. Beiden vormen te zaam een geheel. Evenmin als de mensch voltooid is zonder zijn eigenlijk lichaam, evenmin kan hij gedacht worden zonder dat tweede lichaam, dat we de wereld noemen. Elke voorafgaande schepping doelt op den mensch. In het ééne menschelijk lichaam is het resultaat saamgevat van alle wonderen, die God de Heere in het delfstoifenrijk, in de plantenwereld en in het dierenrijk gewrocht had Alles wat voorafging vormt slechts het voetstuk, waarop de mensch als beelddrager Gods zou geplaatst worden. Of wil men, de schepping is het rijk, waarin de mensch als Koning moest opwachtte. treden, de tempel die op den mensch als zijn Priester

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 61

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's