Dat de genade particulier is - pagina 32
22 wereld gewint en schade lijdt aan zijn ziele;" in Mare. 14 9: „Overal waar dit Evangelie in de gelieele wereld zal gepredikt worden, zal tot haar gedachtenis gesproken worden;" en in Mare. 16 15: „Gaat henen in de geheele wereld en predikt het Evangelie aan alle creaturen;" in al welke plaatsen, vooral in de laatste, door „de geheele wereld" kennelijk alleen bedoeld wordt: verschillende streken, landen en steden of dorpen der aarde. Bij Paiiliis vindt ge deze spreekwijs in Eom. 1:8: „dat uw geloof verkondigd wordt in de geheele wereld!" en Col. L 6: „het woord der waarheid, hetwelk tot u gekomen is, gelijk ook in de geheele wereld"; in welke beide plaatsen door „de geheele wereld" niet anders kan verstaan worden, dan: verschillende streken van de drie werelddeelen Europa, Azië en Afrika. En buiten deze vijf plaatsen nu, leest men deze zegswijs nog alleen in den eersten brief van Johannes, en wel tweemaal, t. w. behalve in den door ons besproken tekst, ook nog in 1 Joh. 5 19: „dat de geheele wereld in het booze ligt", waaronder natuurlijk „al wat de wereld is, tot haar behoort en met haar gerekend wordt," en volstrekt niet enkel „de menschen" te verstaan zijn (1 Joh. 2 16 -.
:
:
:
:
nav
x6 tv T
<)
nóu^iió).
Op zichzelf vinden dus de Universalisten in deze schijnbaar veelzeggende uitdrukking niet den allerminsten steun. En onderzoekt men nu verder wat de beteekenis van het woord „wereld" meer bijzonderlijk in de pen van Johannes is, dan zinkt hun wezenlijk alle grond onder de voeten weg. Bij Johannes toch is de wereld (o ^o;^io; de kosmos): „het georganiseerde leven, dat in deze bedeeling instrument van Satan tegen God is geworden." Hoormaar: „heel de wereld ligt in het booze"; „die wereld moet ten onder gebracht en overwonnen (5 5); dit kan ze alleen door het geloof, door iets dat uit God naar beneden in haar inkomt" (5 4); de Middelaar is van buiten af „in haar ingezonden" (4 9); die van God gezonden Zoon alleen kan door uitwerping van het booze die organisatie, die machinerie, die innerlijke structuur der wereld nog redden (4 14); maar „als wereld" staat zij en al wat in haar is, tegen God over (2 15);
=
:
:
:
:
:
mag men
haar niet liefhebben, maar moet
men
haar haten (2 15); ligt haar levensdrift in vleeschesbegeerte, genotzucht en hoogmoed (2 16); en moet ze dus als zoodanig te niet gaan (2 17); de geloovigen staan dus tegen de wereld over, in hen is Gods Geest, in de Avereld de geest des Duivels (4 4); daarom kan de wereld dus ook Gods kinderen niet kennen (3 13); 1); moet zij ze haten (3 het is een andere taal, een andere sprake, een ander leven, Christus* kerk dat is de nieuwe wereld die komt; de wereld die er nu is, is de kerk van den Booze (4 5). En hoe ter wereld willen dan nu toch onze Universalisten het als een uitgemaakte zaak beschouwen, dat „de geheele wereld" in hoofdstuk 2 2 opeens „alle nog onbekeerde menschen" zal moeten be:
:
:
:
:
:
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's