Practijk der godzaligheid - pagina 88
80
was
om
dat
dat het gebod
wonder in
om
schooner te doen schitteren, Zonder het vmnder verviel u het wonder weg, en geen „stil doorloopen" had zijn majesteit te
niet te strijden uitging.
het vanzelf. Denk kunnen bestaan. En dat ligt in den aard der zaak. God de Heere werkt op tweeërlei wijs,
zonder wonder.
Want dan
menschen. als
komt
Middellijk,
of
't
zij
onmiddellijk.
door menschen, 't zij Gewoon of door het
God zonder menschen, buiten hen om, een daad doet, Dan is het: „niet gij, maar God!" God en mensch tegenover elkaar, en eischt juist de toe-
er een tegenstelling.
Dan
staan dat de mensch geen hand verroere, opdat het te scherper uitkome: „Hier werkt God de Heere zelf, alleen, zonder eenig mensch stand,
instrument te gebruiken." Leefden we dus nog in die periode der openbaring van Gods onmiddellijke wondermacht ; en hadden onze rustige stilheidminnaars een mededeeling uit den hemel aan te wijzen, dat de Heere op het punt stond, nogmaals zulk een wonder te werken; en dat uit dien hoofde ons gelast werd, er ons buiten te houden, stil te zitten en natuurlijk dan zou het ganschelijk af te wachten Zijn doen, goddeloos, schennend en vermetel zijn, indien we dan desniettemin ook maar een vinger uitstaken. Maar dit is niet zoo. Het tijdperk van de openbaring van Godes onmiddellijke wereldwonderen is voorbij. Wel zijn er nog Voorzienig^êïC?5wonderen, d. w. z. wonderlijke voorzieningen in onzen nood, maar die toch middellijk door menschen ons geworden. Wel zijn er nog zielkutidige wonderen, in de macht die een geestelijke werking soms ter genezing van het lichaam heeft, maar die toch evenzeer middellijk, door menschen, gaan. En wel zijn er eindelijk nog geestelijke wonderen der wedergeboorte, maar die toch ook deels door het Woord gaan, deels in de verborgen scheppingsgeheimnissen vallen, en alzoo niets gemeen hebben met wonderen als eens aan Israël zijn als
—
verheerlijkt.
Zulke onmiddellijke wereldwonderen zijn er niet meer. We zeggen dat God de Heere ze uiet meer kan doen. Zijns is de Almacht wie heeft ooit zijnen wil wederstaan? Alleen dit spreken we uit, en dat het zijn bestel, zijn welbehagen niet is, nu, in ons midden, nog soortgelijke onmid.ddlijke wereldwonderen te doen. Ze zullen nog eens schitteren bij 's Heeren wederkomst op de wolken. Maar in den tusschentijd, dien wij beleven, zijn ze er niet. Hierdoor nu zinkt geheel de grond, waarop onze minnaars van stilheid en trage ruste hadden post gevat, hun onder de voeten weg. Immers komen er geen onmiddellijke wonderen meer voor, of ontbreekt ons althans alle recht, om op zulke onmiddellijke daden Gods te rekenen en staat het alzoo vast, dat al 's Heeren doen met zijn niet,
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's