Honig uit den rotssteen - pagina 230
316
LXXIII. a5eïfjft 't
paarb
sijiicr
majesteit.
De Heere der heirscharen bezoeken, stellen,
den
het
gelijk
strijd.
zal zijn
kudde
huis Juda, en Hij zal hen het paard zijner majesteit in Zach. 10 3. :
Zie toch, hoe God Almachtig zijn uitverkorenen heerlijk maakt. Als schapen waren ze heengetogen, zegt Zacharias (10 3); als weerlooze lammeren waren ze aan de woede der vijanden overgegeven; waren ze „onderdrukt" en voortgedreven. En hoort nu, dat zelfde ontbloote, neergezonken volk ontvangt nu de rijke toezegging: :
uw God
„Ik
zal
u
stellen
tot
het
paard
mijtier majesteit in
den
strijd!" strijd komt en de bazuin geblazen wordt, wat wil dan het zwakke lam? Is het niet vreesachtig? Vlucht het niet voor schaduw! Krimpt het niet ineen, en stuift het niet weg van angst ?
de
Als
teedere zijn
nu, uw ziel, die aan zulk een „schaap ter slachting" gelijk en vlood van schrik en versaagdheid, die ziel zal God de Heere nu stellen als het „paard van zijn majesteit in den strijd!" zal God, uw God, maken als het ros van edelen bloede, waarvan de Heere „Zult gij het paard sterkte geven? Kunt zelf voor Jobs ooren zong: gij zijn hals met donder bekleeden? Het belacht de vreeze en wordt niet ontsteld en keert niet wederom vanwege het zwaard. Tegen hem ratelt de pijlkoker, en in het volle geklank der bazuin zegt het „Heah!" en riekt den krijg van verre, den donder der vorsten en
En
was
het gejuich!" o, Het „lam" in het „paard" verkeerd, dat is de bloóheid in moed, de vreesachtigheid in geestdrift, het schuchter vlieden in een onversaagd inrennen op den vijand omgezet! dan zit de vijand onzer ziele óns Als een „schaap" onze ziele, achterna, en wij worden als door een onweder voortgedreven. Maar, dan vlucht onze ziel als „het paard zijner majesteit in den strijd," de vijand onzer ziele voor óns en wij zetten hém na, en als meer dan overwinnaar keeren we uit den strijd weder.
—
—
En dat gaat wonder toe! Want ook dan, als dat heerlijk maken van onze gang is, merkt ze er zelve nog niets van. En
ziel
reeds in vollen
anderen, onzen strijd aanziende, den indruk ontvangen, dat we met de fierheid van het strijdros er op inrennen, dan voelen we ons toch vanbinnen als een bevend lam, dat trilt van schrik en denkt dat het er aangaat.
En
dat moet zoo.
als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's