Dat de genade particulier is - pagina 251
241 beproefd hadt iemand tot iets over te halen en al uw woordenschat hadt uitgeput en eindelijk ten einde raad het opgaaft, en dat toch, een ander dit verhaal aanhoorend, u leukweg zei: „Nu, dan zal ik er eens naar toe gaan, laat dat dan maar eens aan mij over!" en dat hij over een uur terugkwam en u zeggen kon: „De zaak is ge-
klonken!»
Waar kwam
dat vandaan? Die man had toch ook maar gesproken! wat gij niet kondt, kon hij. Ja, zegt ge, maar dat is omdat hij meer invloed had. Maar we vragen wederom, wat wil dat anders zeggen, dan dat die man die het gedaan kreeg, wist wien hij voor zich had, wist hoe men die ziel moest aanvatten, wist welk woord doel kon treffen, kortom beter zich op het spreken verstond? En dat niet door mooie woorden, maar eenvoudig wijl het spreken hem minder doel, meer instrument en middel was, en hij onder het spreken met zijn eigen ziel overliep en inkeerde in de ziel des anderen. En indien dat nu reeds onder menschen zoo gezien wordt, wat dunkt u, zou er dan geen kracht worden geoefend door een spreken van God tot onze ziel? Door Hem die ons door en door kent en tot onze nieren toe geproefd heeft? Door Hem, die haarfijn weet, wat er bij ons in kan en wat op onze ziel zou afstuiten? Door Hem eindelijk, die steeds zijn goddelijk hart in zijn Woord leggende, in waarheid zelf door en met zijn Woord in onze ziel indringt, om ons bewustzijn te bewerken en ons te brengen tot geloof?
En
toch,
Of zulk een spreken van vermaan en bedreiging dan
ooit
onweder-
standelijk kan zijn? Hoe vraagt ge het nog?
Of staat ge dan zoo buiten het werkelijke leven, dat ge nooit zoo eens zeggen hoordet: „Pas toch op dat die en die haar niet te spreken krijgt, want dan is ze weg. Tegen hem is ze niet bestand!" En als ge dan onder menschen reeds een overmacht van het woord aanneemt, waar letterlijk geen tegenstand aan is te bieden, aarzelt ge dan nog om te erkennen, dat er tiendubbel maal zulk een overmacht in het Woord van God ligt? En zeg nu niet: „Nu ja, dat komt zoo voor bij een kind, of bij een zwakke vrouw, of bij een onnadenkende menigte Maar met mannen die denken kunnen gaat het dan toch maar zoo niet!" dan zouden we u vragen willen, of ge dan nooit van parlementen en rijksdagen hebt gehoord, waar een gansche kring van de vroedste en ervarendste mannen door het lippengeluid van één vaardig redenaar werd meegesleept en aan de toovermacht van zijn woord maar niet
—
!
kon ontkomen.
En wat dan
nog,
IV
is
dan die vaardigste redenaar onder menschen, wat is hem één oogenblik vergelijkt bij dien Redenaar
zoo ge
16
hij
uit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's