Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dat de genade particulier is - pagina 228

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dat de genade particulier is - pagina 228

3 minuten leestijd

!

218 wel niemand tegenspreken, dat de werking van een verbondshoofd buiten het verbond gaat, maar alleen haar rechtstreeksch gevolg die in zijn verbond besloten heeft voor die wezens of personen, zal

niet

zijn.

Van Adam wordt gekomen

dat „door zijn misdaad de schuld (niet

gezegd,

alle tnenschen tot verdoemenis." Dit dus op alle personen, oud of jong, reeds dood of nog levend of zelfs nog ongeboren, die in het Adamietisch verbond besloten waren, en voor zoolang ze in dit verbond blijven. Naar omvang wil „alle menschen" bij Adam dus zeggen: alle geboren menschen, zonder onderscheid, met uitzondering van den Christus, die afgescheiden was van de zondaren, voor zich zelf geen verdoemenis droeg en slechts door een vrijwillige intreding zich onder den vloek gesteld heeft. Zelfs bij Adam moet er dus bij dat „alle menschen" wel terdege nog een zeer belangrijke uitzondering gemaakt worden. De mensch Jezus Christus hoort er niet bij. Naar tijdsorde is daarentegen nog heel anders te antwoorden. Namelijk niet: „alle geboren menschen," maar „aile niet wedergeboren menschen." Overmits de anderen van onder het Adamietisch verbond uitgaan, en alzoo niet meer in de verdoemenis komen. En nu dan het Hoofd van het ^^««(ié verbond, de Christus Ook van hem heet het nu „dat Christus door zijn ecne, persoonlijke rechtvaardigheid eene genade te weeg brengt, waardoor over alle menschen een rechtvaardigmaking des levens komt." Wie zijn nu zijn bondgenooten, de personen, de mensclien die met zijn verbond meerekenen? Dat de genade evengoed aan alle menschen die tot het genadeverbond behooren, toekomt, als de schuld toegerekend werd aan alle menschen die in 't Adamietisch verbond staan, wordt klaar en duidelijk uitgesproken. „Alle menschen"; niet één uitgezonderd; maar natuurlijk alleen die menschen waarvan sprake is. Wie zegt, „dat alle menschen met de mode meegaan," wil volstrekt niet geacht worden, beweerd te hebben, dat alle menschen uit vroeger eeuwen, of ook nu alle Chineezen en Kafters en Patagoniërs en Indianen, of ook de nog ongeboren kinderen de mode volgen. Hij bedoelt dan kennelijk alleen de menschen van zijn eigen leeftijd en wel onder dezen wederom alleen dat deel der menschheid, dat in de beschaafde wereld leeft. Toch zegt hij er dat alles niet bij. Hij klaagt eenvoudig „Ziet toch, mijne hoorders, hoe alle menschen tegenwoordig met de mode meêloopen;" er is niemand die hem misen

de

erfsmet)

is

over

slaat

:

:

.

.

.

verstaat.

Ook Paiilus behoefde er dat alles dus volstrekt niet bij te zeggen, indien het maar duidelijk uit den samenhang bleek, uit welken kring hij „alle menschen" bedoelde. En dat nu stond overduidelijk in zijn brief te lezen. Bij Adam bedoelde hij natuurlijk: alle menschen uit den verbonds-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Dat de genade particulier is - pagina 228

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's