Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 245

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 245

3 minuten leestijd

235 Staat broederliefde niet hoogcr

dan pratheid op vermaak?

vriendschap niet een beter adel dan macht of eer? Vin nu, wat anders vormt bij dit viertal g;repen uit het werkelijk leven de tcg;cnstclling, dan dat het edele den persoon zoekt, het lagere een onpcrsoonlijh' znak? Zoo iets ons redden kan, dan moet het de Liefde doen. Indien er eenig woord, eenige klank, eenige toon is, die macht heeft ons met al de krachten onzer ziel uit de diepe kameren van ons liart te doen opwaken, de levensdroppelen van een enkel menschenhart met die van auderer hart saam gevloeid tot een machtigen stroom te doen aanzwellen, die meesleept wat hij op zijn weg ontmoet, het stof dat ons leven bedekt voor zich doet wegstuiven, het verdorde besproeit, het dorstige lescht en het gelaat der volkeren kan verfrisschen, dat het met nieuwen levensgloed schittert, moet het dan niet de toon der Liefde zijn, die hooge toon, die geen menschentong in al zijn volheid, geen engelenstem in al zijn zuiverheid halen kan, wijl hij, meer dan al het schepsel, de levenstoon van den Schepper zelven is, de ademtocht des levenden Gods? Liefde nu, zoekt ze niet juist den persoon? Offert ze haar gouden zilver, haar lust en vreugde niet, om den persoon te bezitten? Is ze niet voor zelfverloochening een andere klank? Gaat ze niet in den dood, om alle schat en goed, alle wereld en haar genot er aan gevend, den persoon te zoeken, te grijpen, vast te houden tot in het I.eent

eeuwige ? Telkens als in 's menschen leven het zoeken van den persoon komt, is een tijdperk van ontwikkeling bereikt, is er opklimming van een lageren tot een hoogeren toestand. Het kindeke dat geboren werd zoekt licht en lucht, zoekt een genog niet makkelijke ligging, zoekt warmte, zoekt de moederborst, de moeder! Zoo dommelt het en wentelt het zich en kreunt en schreit, tot het lachen gaat, en bij dien lach het oog zich begint te richten en dat oog onder de velen er een enkele zoekt en er een kennis uit de nevelen der onbewustheid opwaakt, een kennen en daarmee een zoeken van de moeder. Dan komen de speeljaren, en tol en trom en hobbelpaard stelen 's knapen hart, tot weer allengs dat hart zich van het speel^'w^^ naar den speeb??a/tA-fr keert en weer de overgang van de zaak tot het persoonlijke en daarmee een nieuwe ontwikkeling is volbracht. Van lieverlee wijkt dan de 5/?('r'/wereld voor de tvezeiiUjke wereld, en wat er in die wereld schittert boeit zijn oog, wat in die wereld rijk en grootsch en machtig is verrukt hem, wat die wereld te genieten geeft wil ook hij genieten, een plaats in die wereld en wat hij er in worden zal is al het overdenken van zijn hart, tot het ook nu weer van het onpersoonlijke tot het persoonlijke voortschrijdt en al zijn begeerten zich saamtrekken in het zoeken van een hart, dat hij minnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 245

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's