De leer der Verbonden - pagina 104
94
Maar in het
zit de mensch Genade iwr bond.
nu
Dit
is
de
stil
en loopt het eeuwige leven, dan
staat ge
hoofdzaak, waar alles op aankomt en die scherp in
het oog moet gevat. Slechts twee dingen
zijn denkbaar: een verbond waarbij het op aankomt, of wel een verbond waarbij het aan genade hangt. Komt het op werken aan, dan zegt God de Heere: „Gij kunt, o mensch, deze mijn wet volbrengen handel dienovereenkomstig volbreng mijn wet; en alsdan zal uw loon zijn het eeuwige leven; wel te verstaan aan het eind van den weg. Maar hangt het aan genade, dan zegt de Heere uw God „Gij kunt niet, o, mensch; mijn wet kan u alleen verdoemen, niet redden; Ik moet dus beginnen met u het eeuwige leven te schenken; wel te verstaan bij het begin van den weg; en dan zal er mijn wet en werk uit volgen!" fFerZ:- verbond en órenac^e- verbond staan dus duidelijk tegenover
werken
;
;
:
elkander.
Ze vloeien beide rechtstreeks uit de verhouding tusschen
God en den
mensch voort. Er is op den weg die tusschen God en den mensch sprong of
en
Genade l
ligt een tweedien tweesprong heet het: Werken! en dan links op, en dan recht voor u uit. Een derde is er niet.
bij
Komen we nu
op
de uitvoering er van, dan, het spreekt en moeten we dus rekening houden met al die onderscheidingen, die uit het verschil van tijden en toestanden geboren worden. echter
vanzelf, heeft alles zijn geschiedenis
Dan komen we eerst op het paradijs, waar het toegaat, zooals men dat in zulk een primitieven toestand verwachten kan. D. w. z. dat er wordt geredeneerd, nog niet in veel woorden gesproken, nog rechtsbetrekkingen omschreven, maar dat God de Heere de zaak van het verbond er inbrengt op de manier zooals dat voor den pas geschapen mensch hoorde. De Heere begon daartoe niet met het Genade-, maar met het TF^erAjverbond. Die orde spreekt vanzelf. Zoolang toch de mensch nog denken kon: Misschien kom ik er wel door zelf te loopen, zou hij geen genade ooit hebben aanvaard. Dientengevolge stelde God den mensch de wet voor op de eenige wijze, die voor den pas geschapene mogelijk was, d. w. z., Hij prentte die in zijn ziel en bracht ze tot onverwijlde crisis door het proefgebod. Hiervoor viel de mensch. Met het Werkverbond kon de mensch dus nimmermeer tot het eeuwige leven komen. Vandaar dat nu onverwijld het Genadeverbond
weinig niets
in
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's