Een midden-eeuwer in onze dagen - pagina 51
leven en geluk merkt
Dohm
op, dat
met handelsbeperkende strekking erbij,
„eerst nadat
liche
Wirkungen
men hen
zij
geneigd
zijn
te overtreden,
staatswetten
maar, voegt
hij
den landbouw, hun oorspronkelijk bedrijf, had gestooten, openbaarde zich deze zedelijke fout (X). „Jede Art von Beschaftigung und Gewerbe bringt ihre eigentümhervor",
beroep
wat
uit
der Denkungsart und dem sittlichen Charakter mijn betoog van straks aldus uitdrukte: „Elk zijne eigen moreele gevarenklasse". Dohm ontin
ik in
heeft
wikkelt nu dit denkbeeld zeer uitvoerig, toont door eene levendige fijne schildering aan, hoe de elementen van wisselende kans
en en
vastheid, rust en onzekerheid, initiatief en blind geluk, stadsen landleven evenveel verschillende factoren zijn die op de moreele
gesteldheid
vloed
der
oefenen.
verschillende beroepen een niet te Hij
onderscheidt
in
ontkomen
in-
het bizonder drie groepen
:
handwerksman, landbouwer en koopman. „De koopman, zegt hij, is onafgebroken er op uit, winst te behalen en verlies te vermijden, tusschen verschillende manieren van winstmaken en kapitaal-
aanwending
eene juiste keuze te doen, de door elkaar loopende ondernemingen te overzien en met vreemde belangen te worstelen teneinde die aan zijn belang dienstbaar te maken. Durf, aan verstand gepaard, kan groot voordeel, durf zonder verstand groot verlies teweeg brengen en het lot brengt gevolgen
zijner
—
dikwerf beide onverwacht. De omstandigheden houden den koopmansgeest in voortdurende onrust en ingespannen opmerkzaamheid; voortdurend leeft hij in de toekomst, die hem zooveel te
hopen, te vreezen en
van
het
tegenwoordige
te
zorgen geeft, dat
erdoor
vergeet.
hij
Zijne
dikwijls het genot
dagelijksche
ge-
woonte alles van den kant van winst en opbrengst te beschouwen kan niet anders dan zijne gevoelens vernauwen. De gelegenheden om door kleine verschalkingen van het strenge recht zijn winstcijfer te verhoogen, komen te vaak voor en zijn te verleidelijk dan dat hij niet, tenminste nu en dan, zou bezwijken. Gevoel voor wat billijk is pleegt door een en ander bij kooplieden niet zoo
levendig
hunne
en
fijn te zijn als bij handwerkers. Daar zij bij met hunne evenmenschen altijd te winnen of te hebben, gewennen zij zich langzamerhand in deze alleen
relatiën
verliezen
mededingers en tegenstanders te zien. Hunne gevoelens worden bekrompener, meer in zichzelf gekeerd en minder geneigd tot edelmoedigheid dan ontwikkeling
47
en
dit bij
zedelijke
andere menschen van overigens gelijke vorming het geval is. Deze trekken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 76 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 76 Pagina's