Honig uit den rotssteen - pagina 110
XXXV. Sllïé
ccn ijroiMic olijfftoani Maar
in
(6nbs'
Ijni^ï.
zal zijn als een groene olijfboom ik vertrouw op Gods goedertierenheid eeuwiglijk en altoos. Psalm 52 10.
ik
Gods huis;
in
:
leeft; en het leven van onzen Heere Christus is een doen uitvloeien en doen uitstroomen van levenskracht. Van een kracht die door alles heendringt die door geen afstand gebonden wordt; die in éénzelfde seconde van .Tezus' hart uitgaat en op aarde, in uw omtrek, in uw huis, in uw kamer, tot voor de poort van uw hart present is. Een kracht, die u zoekt, die niet aflaat eer ze u bereikt heeft, en altijd eindigt óf met u omver te werpen en te verpletteren, óf, en dan is het heerlijk, met in u te dringen, u te doordringen, u te bezielen, u op te heften, u te dragen en u te zetten met uw levenswortel in het eigen leven van God. In dien „levenden Christus" ligt al de glorie van. zijn gemeente, en al de roem van zijn volk en al de sterkte van zijn uitverkorenen. Met een doeden Christus of ook met een werkeloozen Christus, die daar hoog ergens in den hemel zit en nu, o, zoo ver van ons dat we naar hem roepen moeten en nauwlijks een fluisterend is, antwoord bekomen, kan de gemeente niets aanvangen. Dan. is ze aan een lamp zonder olie aan een stroombed zonder water aan een skelet zonder merg en zenuwen gelijk. Ook maar één oogenblik zonder die gestadige indaling en instraling van Jezus' levenskracht gedacht, dan is de gemeente van Christus, dan is elke uitverkorene ziel, dan is ook uw hart, niets dan een dood en dor geraamte zonder levensgloed of innerlijke koestering. Waardeloos en tot niets nut, gelijk een diamant in stikdonkere
Christus
gestadig
;
;
;
duisternis.
nu de Zoon van God, ons genade en. Geest nimmermeer van ons wijkt, nu is de diamant nooit zonder licht; de wortel nooit zonder sap de bedding nooit zonder heerlijk vlietende wateren. Nu staat het zóó, dat zelfs dan, als de gemeente denkt zonder pit of merg te zijn, en de uitverkorene ziel acht, dat ze in haar „eigen niet" waardeloos omkomt, dat dan toch aldoor de levende Christus in haar is, haar bezielt, haar draagt en dit zijn heilig en prachtig woord aan haar waar maakt: „Ik zal met u zijn al de dagen, tot aan de voleinding der wereld!" Dat nu ziet de ziel niet dat ervaart ze maar zelden dat doorMaar nu
heerlijk
dat.
God
Hoofd, met
zij
niet zoo is;
lof,
zijn majesteit,
;
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's