Dat de genade particulier is - pagina 226
;
216 tot Mozes." En nogmaals in vers 17 herhaalt de apostel het: „door de misdaad van éénen heeft de dood geheerscM'' Terwijl het bij vergelijking dan evenzoo van de uitverkorenen heet „dat ze in het leven heerschen zullen door Christus," En, na dit driewerf bezigen van dat klemhebbend woord, herhaalt Paulus nu ten slotte ditzelfde woord nogmaals twee keer in het besproken eindvers: „gelijk de zonde geheerscht heeft tot den dood", „zoo zal ook de genade heerschen ten :
leven."
dus thans een iegelijk, of we al dan niet recht hadden, woord een bijzonderen nadruk te leggen; en vrage men zich zelven af, of dat dan een heerschen van de genade zijn zou, indien het in de macht der zondaren stond haar van alle macht en vrucht Oordeele
op
dit
en eere en uitwerking
Maar
toch,
er
dat de uitdrukking
is :
te
berooven.
nog „over
veel krachtiger bewijsmiddel alle
om
te
menschen", in het achttiende
toonen,
vers, niet
op „alle geboren menschen" slaan kan. Er is in Eomeinen vijf, naar ieder weet, sprake van een tegenstelling tusschen Adam en Christus. En van deze beiden wordt nu door den apostel aangetoond, dat ze niet op zichzelf staande individuen waren, maar elk een eigen levenskring hebben, die bij hen hoort alsmede dat zoowel hetgeen Adam deed als hetgeen de Christus deed rechtstreeks na- en doorwerkte op alle personen, die tot die levenskringen behoorden. Nu is intusschen de vraag „Welke zijn die levenskringen, waarop de apostel hier doelt?" Is hier sprake van si^amhoofden of van z^é^r&OT^/shoofden ? Beide is lang niet hetzelfde. Neem ik Adam als stomhoofd, dan spreekt ik daarmee alleen uit, dat hij in de rij der menschenkinderen de eerste was; dientengevolge aller stamvader is; en door dat verband, krachtens de wet der voortteling, door zijn eigen zondig geworden natuur een erfsmet overdroeg op al zijn nakomelingen. Yan schuld is er dan geen sprake. Want alles blijft dan een gif, een bederf, dat langs den weg der natuur is overgeplant en waarmee het schuldbew^ustzijn niets te maken heeft. Zie ik daarentegen op Adam als verbondslaooïd, dan treedt hiermee aanstonds een zedelijke betrekking op den voorgrond. Een persoonlijke daad. Het aangaan van een verbintenis, waaruit een wederzij dsche betrekking wordt geboren. En stuit ik nu weer op zonde, dan kleeft aan de zonde aanstonds het merk van schuld. Keden waarom er alsdan ook volstrekt niet van een eenvoudige overplanting der zonde meer kan of mag gesproken worden. Intusschen stemmen we toe, dat het bij Adam, 't zij men het ééne, :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's