Honig uit den rotssteen - pagina 233
219
LXXIV.
Dies heb ik deze slaclitschapen geweid, en ik heb dewijl ze ellendige schapen zijn mij genomen twee stokken, den éénen heb ik genoemd Lieflijkheid, en den anderen heb ik genoemd Samenbinders en ik heb die ;
;
Zach. 11
schapen geweid.
:
7.
En aan dien niijn volk zal iilieder God zeggen." TTeeren volk ook in onze tijden grootelijks behoefte. ze moeten „herderen" Menschen zijn als de schapen der weide hebben. Daar kunnen ze niet buiten. Eerst door die „herders" wordt „Troost,
troost
troost heeft
!
's
;
de hoop schapen een „kudde". En zoomin er een „herder" zonder „schapen zijner weide" kan bestaan, zoomin laat zich het heir der schapen, 't zij dan onder het vee, hetzij onder de menschenkindei'en, denkeu zonder „herderen". Zonder „herderen" Niet in den beperkten zin, alsof de „bedienaar des Woords" de eenige „herder" der schapen zou zijn. o. Neen, zoo neemt de Schrift het nooit. Gods Woord is nooit zoo eng en bekrompen en eenzijdig. Dat heilig Woord neemt altijd de schapen in heel hun bestaan, met al hun nood, in de geheelheid hunner behoefte. En „herderen" onder de menschen noemt God daarom alle hoofden en voogden en verzorgeren,' in huis of school, in staat of kerk. Er zijn „herderen" die het regiment hebben, en andere „herderen" die in de maatschappij voorop gaan, en weer andere „herderen" die in kunst en wetenschap den toon geven, en dan ook speciale „herderen" voor de ziel. En al die „herderen" saam nu, overmits ze van God over zijn menschen gesteld zijn, hebben de roeping om voor Gods lieve volk te zorgen voor dat volk dat, als de noot in de pit, zoo onder de volkeren verborgen zit. Christus is Gods éénige en ook de spil waarom alle ding gaat op aarde gaat dus alle ding om Christi lichaam, d. i. om „zijn gekochten," de Bruid zijner lieflijkheid. Ook de „herderen" (laat ze nu koningen, geleerden of predikers zijn) hebben dus eigenlijk maar één reden van bestaan, namelijk om die Bruid Christi te versieren, of, onder een ander beeld die groote kudde der menschen zoo te weiden dat de kudde des Heeren tiere. Maar wat doen nu die „herderen", zoo koningen als geleerden en predikers? Zie, in stee van nu al hun talent aan die kern van het volk ten koste te leggen en te erkennen dat niet de kudde om hen, !
;
;
;
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's