De leer der Verbonden - pagina 202
192 scherper en heiliger karakter dragen van te zeggen:
uw
„Gij staat of zit
van bondgenooten van den levenden God. Zijt ge dat?'' Niet maar: „Wilt ge tot Jezus komen?^^ maar veel doordringender: „Gij doet u voor als waart ge een dergenen, die hem door den Vader gegeven zijn. En nu, wordt dit in u gevonden?" Zoo bekomen we dus tweeërlei kant van het Verbond. Inwendig het wezenlijke Verbond, ompaald door den kring van Gods uitverkorenen (reeds overleden, nog levend of nog ongeboren) en bediend door den Heiligen Geest. Een kring waar niet afgaat en niet bijkomt, die eeuwig dezelfde blijft; en die noch verminderen noch vermeerderen kunnend, eeuwig de lichtkrans der genade blijft, waarin het goddelijk mededoogen uitstraalt. Maar ook uitwendig het zichtbaar Verbond, ompaald door den kring van hen, die belijden en er naar leven, ook al liep er valschheid mee door (t. w. bij den hypocriet) en met inbegrip van allen, die uit hen, die belijden en er naar leven, ontvangen en geboren zijn hier
(t.
in
qualiteit
w. het zaad der gemeente). dezen zichtbaren kring
nu wordt de kern gevormd door een inwendig Genadeverbond. Hij wordt middellijk onder den Heiligen Geest bediend door dienaren des Woords, en moet door gestadige gisting gezuiverd worden onder de rechtstreeksche werking van de tucht en door de zijdelingsche werking van het vermaan. Er wordt dus in het zichtbare niets omtrent uw persoon door de kerk beslist dan: 1. dat ge u in de qualiteit van een bondgenoot voordoet; 2. dat ge overeenkomstig die qualiteit zult behandeld worden; 3. dat gij in een leugen verkeert en dus uw oordeel verzwaart indien ge in wezenlijkheid de qualiteit 7iiet bezit, waarin ge u In
deel
van
het
voordoet. Nu zou,
gemeente
uit
op
dit
willen
hooren,
om
elk
zijn
niet
ziel
verzekerde uit de bezwaren. Maar eer ge u met de Verkiezing tegen
ten
niet
volle
te
overgingt, komt dan het Woord en zegt u: „Omdat ge u van die qualiteit nog niet bewust zijt, daarom kondt ge ze toch reeds in den raad Gods hebben, indien ge
daartoe
anders in dien raad gelooft!" En zoo troost dan de eeuwige Verkiezing. Volstrekt niet enkel de reeds begenadigden, maar ook wel terdege die nog van verre staan. Ook ter wakkerroeping van de zielen ligt er in de praedestinatie zulk een o-ansch uitnemende kracht!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's