Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 371
college-dictaat van een der studenten
§ bestaande
is
De virtutibus
7.
bewustzijn
het, dat het
dus geheel aan de bestaande
in
353
Dei.
God opkomt. De Daar nu
realiteit gebonden.
kennisse
Gods wordt
die reaUteit niet dezelfde
blijft, maar zich onophoudelijk wijzigt en verder komt, zoo volgt daaruit, dat ook het bewustzijn en de kennisse Gods toeneemt, klimt en wint in klaarheid en helderheid. God begint met niets te weten, met geheel onbewust te leven ;
ontwaakt van
lieverlee tot eenige
kennisse
Maar
op.
;
en klimt straks tot
bestaande vooruitloopen, maar
moet
Hij
voorzoover de wereld zich
die volgen,
ontwikkelt, voorzoover ontwikkelt zich ook het bewustzijn Gods. Dat
waaruit
gedachte, slotte
het
bewustzijn
Gods
aan
alle
kennis
altoos
minder
tot
Wij
e.
de hoofd-
dat het bewustzijn van het schepsel eigenlijk
rijpt,
gelijk
is,
Maar
bewust geworden was. dat
is
dan verschillende stroomingen wegsplitsen, zoo, dat
zich
denkbeeld
het
ten
klaarder
al
klimming kan God nooit de ontwikkeling van het
die
bij
bewustheid
Hegel achtte, dat eerst dit is slechts
pantheïstische
stelsels
beperkt
tot
blijft
het
in
hem „God"
eene variatie op
gemeen
is
bestaande
:
God en
is
niet
zichzelf
dit blijvende
thema,
doordat zijne
onvrij,
maar wordt van
is,
meer.
zullen
niet lang stilstaan bij
de omniscientia gaat.
de dogmatiek.
Dat hoort
in
de onderscheidene terreinen, waarover
prediking en op catechisatie thuis, niet
Onze vaderen waren gewoon op
Dei ging over Hemzelven, de groote dingen, de minima, de actiones bonae malae, de occulta, de futura er zich nooit en nergens
Dei
omniscientia
zelfs het vallen
omvat
aan ontrekken kan. alles
wat
te
alle
Natuurlijk, dat spreekt
decreet omvat.
deelen van de deelen.
et
toonen, dat de mensch
En
in
Niets
is
vanzelf
het decreet
er
is
alles, 3\\t
van uitgeslo-
Dat kan men met eene gansche reeks teksten aantoonen. Maar dat heeft
ten.
meer eene paraenetische strekking, omniscientia eene kracht
zij
in
's
om op
de conscientie
menschen
leven.
in te
werken,
Maar de dogmatiek
tot is
de
niet
paraenese.
Na tot
het
aan
van een haar opgesloten. De omniscientia omvat dus
deelen van het geheel en
ter
om
Dat was
etc.
in
geven, dat de omniscientia
te
komen wij thans bonitas Dei, en daaruit voortmee saamhangende de gr at ia, de sanctitas en de iusti-
alzoo de virtutes intellectuales te hebben afgehandeld,
de virtutes ethicae. Daaronder valt de
vloeiende
en er
tia Dei. In
de
eerste plaats
hebben wij
hierbij
wel
in
het
oog
te
houden, dat deze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's