Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 108
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
90 dat
en
dat
altoos
aanleg komt er zonder
genialen
vanzelf
nu,
om
opborrelt,
strekt
Dat zou zoo
Toch
is
Die
Daarom de
In
stellen
natuur
natuur
God
natuur
kan d.
intuïtieve
leven
geweest en
men ook daarmee
zeggen, dat
zij
is,
in die
die de natuur
liever:
schuilt
„Er
Zoo
Het
dat
dus vol-
is
gesteld heeft.
ri/.zq
Maar
dat belief ik
zal zich, altoos rijker,
spreekt de materialist. niet vordert.
Immers, dan
natuur een denkende geest
op zulk eene wijze weet
een verborgen wezen, dat identisch
is
en het
is,
bewerken.
te
een kosmos, dieeene U^e/fsee/e
is
de natuur,
in
Hoe verder
te roepen.
in zich heeft.
met de
stof.
De
een levend wezen, dat van lieverlee zijne Potenzen ontwikkelt." Met
is
maar om dan
oorzaak voor extra
man van
Dat
bestaan zou, die een
er altoos
is
andere woorden, de pantheïst komt opzij,
berekenen, de
en heerlijker wordt de natuur.
gesubsumeerd, dat er
macht
die mysterieuse
het
in
evolutie, blijven ontplooien."
zijn er die
er eigenlijk al
alles
die berekening.
indien de wereld eene geschapene ware.
zijn,
gelooven.
door een oneindige c.
rijker
al
de wonderbare, eindelooze macht
dat er een
noodig,
niet
te
is
weer nieuwe formatiën
proces doorgaat, des te
niet
De „blokker" moet
zich een doel stelde.
hij
intuïtie
mundum
te
uit
komen met
moet wezen, maar dat
de verschijnselen
al
den hoek en dringt wel den materialist
zijne verklaring, namelijk dat er wel eene
die volstrekt niet
behoeft te liggen, doch zeer goed in den kosmos zelf aanwezig
zijn.
Onder
die pantheïsten
Weltseele zelfbewust
voortbeweegt; dat
is
is,
is
er
dan weer
verschil.
Sommigen
stellen, dat
zoodat ze zichzelve met heel de natuur
heel die pantheïstische richting, die uit het
neert en niet uit de Potenzen.
om
Zweck
Anderen willen van zulk een Zweck
de
zich heen
niet
rede-
weten,
maar achten den wereldgeest onbewust. Volgens hen wordt de natuur zich eerst bewust in den mensch. Dat gaat langzaam, maar komt tot al rijker en helderder en heerlijker ontwikkeling. Tot eindelijk een man als Hegel komt, die heel helder kon denken, en de pantheïstische god, d. de natuurgeest, zich i.
in
Hegel bewust wordt. En dan staat Schopenhauer op met de bewering, dat
wie
boeken
zijne
dwijnt alle nederigheid en komt de eerst in 3.
den mensch wordt de Algeest zich dan bewust.
Zetten
wij
nu evenwel die pantheïstische redeneeringen en denkbeelden
oogenblik opzij en nemen wij aan, dat er
voor een terdaad
te
concludeeren
is
tot
de
een schepper, die welbewust het daaruit niet te bewijzen.
nu komt
nog
niets van weet. Zoo verhoogmoed op den voorgrond, want immers:
niet gelezen heeft, er eigenlijk
tot
Want
stelling, dat
ré/.si;
uit
de phaenomena met-
de wereld geschapen
poneerde, dan nog
is
is
door
de exsistentia Dei
immers, dan ontstaat toch weer de vraag, hoe men
het bestaan van éen schepper.
dat honderd wezens het heelal zoo
in
Het kon toch evengoed geweest zijn,
elkaar gezet hadden en nu in stand hielden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's