Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 555
college-dictaat van een der studenten
Capu'i'
oordeel
;
dat Hij
is
noemde dwaling
Inleiding.
I.
Wie in geweg met de woorden van Johannes: „Alzoo
een „steen des aanstoots" en een „rots der ergernis".
verkeert, kan wel over
God de wereld gehad"
enz. en met een „God wil, dat alle menschen zalig met teksten alsJesajaS: 14; Rom. 9: 32, 33; I Petri 2 7 niet met de woorden van Simeon (Luc. 2 34): „Ziet deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israël", en nog minder met de verklaring des Apostels (II Cor. 2 heeft
lief
worden", maar
:
niet
:
;
:
:
16),
dat het Evangelie niet alleen
is
een reuke des levens, maar ook een reuke
des doods.
Toch
leert
de uitkomst hetzelfde
als
de
Schrift.
Judas was er beter aan toe
geweest, ware Christus niet geboren. Jeruzalem bracht het geen voordeel, dat
de Messias verscheen. Voor de Joden was het geen gewin, dat het
werd
;
want dat
was oorzaak hunner verwerping en
juist
Woord
vleesch
verstrooiing
in
ballingschap.
Deze gedachte gaat de heele
Schrift
door en wij moeten de Schrift uiteen ruk-
ken en vervalschen, wanneer wij Christus alleen
als verlosser beschouwen willen. Onze Cathechismus handelt toch zoo werpt men tegen over drie stukken: Van God den Vader en onze Schepping; van God den Zoon en onze Verlossing;
—
—
van God den Heiligen Geest en onze Heiligmaking. Metterdaad heeft deze indeeling aanleiding gegeven, dat de valsche Christusidée in onze Kerken insloop.
Men zij
vergat echter, dat hier paraenetice voor de Kerk wordt aangegeven, wat
aan haar Koning
heeft,
en niet dogmatisch het doel van Jezus' komst wordt
uiteen gezet. Volgens den Catechismus
vaardigmaking, heiligmaking en
is
Jezus ons gegeven „tot wijsheid, recht-
eene volkomene verlossing"; en deze vol-
tot
komene verlossing, naar wij lezen in het slotartikel onzer Confessie over den Oordeelsdag, komt niet hier op aarde, maar eerst dan, wanneer wij de schrikkelijke
wrake
zien, die
Kwam
God
tegen de goddeloozen doen
zal.
Jezus om te zaligen, waar blijft men dan met de vloekpsalmen, met de profetieën, waarin getriumfeerd wordt over Babylons val en Gods kinderen jubelen, omdat de kinderen hunner vijanden verpletterd worden alleen
op
aarde
op de rotsen ?
Dan begrijpt men daar niets van. Maar neemt men nu de volle gedachte, wat is dan de nexus, de diepere basis ? Daar komen wij door Ps. 139 21 „Zoude ik niet haten, Heere, die U haten? :
Ja
ik
haat
niet verlost,
gered,
ze
m.et
wanneer
zijn eere
een
;
volkomen haat."
ik alleen verlost ben,
weer geheiligd
is.
Is
dat waarachtig zoo, dan ben ik
maar
eerst
Wanneer een vader
dan
als
Gods naam weer
en zijn kind op straat
worden aangevallen, dan is de vader niet verlost, wanneer hij alleen zich zelf heeft vrijgemaakt, maar eerst dan, wanneer hij ook zijn kind in veiligheid ziet. Zoo ook, wie Jezus liefheeft, is niet verlost voor al zijne aanvallers in de eeuwige verdoemenis geworpen zijn. Wie God liefheeft rust niet voor al Gods vijanden verslagen zijn. Daarom zegt onze Belijdenis, dat wij eerst dan de volle verlossing bezitten zullen,
wanneer wij de
aan zijne en onze vijanden doen
zal.
schrikkelijke
wrake
zullen zien, die
God
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's