Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 904
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia.)
214
woorden
maar
lezen,
wij
hebben
gaan op ons gevoel, maar alleen
niet af te
op de openbaring. Jesaia 19
In
14 lezen wij dat de Heere wv)V nr\ nnnpn.
:
schonk
verderf
hun midden
Hij in
die
zonde bracht waardoor
dit
beschreven
Exodus 4
in
in^TiN p'nx "'m
Cap. 14
het
schreven aan zelf
het
de
constructie
Alleen
verstokken
te
dat
volken
last die
aan
Israël
staat
nog eens
er
in het licht
doordien
wordt uitgesproken dat
dit bij
^pjn
niet ^:^n.
>m
Daar
staat
zou worden toege-
De Heere
zegt dit
de Gibeonieten waren hun welgezind, overigens ?
„Het was van den Heere, hunne
met oorlog tegemoet gingen, opdat Hij
Israël
zij
De Heere
Ontzettender kan het niet uitgedrukt. te verdelgen.
daarom moest
en
Waarom
den oorlog aan.
hen verbannen zoude",
Mozes
spreekt aangaande Farao
zonde
anderzijds
tot
Nader vinden wij
tot Mozes sterker uitspreken van die ontzettende gedachte is niet Nogmaals vinden wij dit in Psalm 105 : 25, waar wij lezen dat de hart der Egyptenaren „omkeerde dat zij Zijn volk haatten" en in 19, 20 wordt gesproken over de houding der heidenvolken toen Israël
allen Israël
harten
Mozes
op den voorgrond, en opdat
Josua 11 : Kanaan binnentrok. deden
de Egyptenaren
;
mogelijk.
Heere
en
trekken,
tot
Farao's
hier
17 vinden wij hetzelfde Dnx?? n^'HN pin?p
:
uitdrukkelijk
''px
alles
laten
het, die
gaande maakten.
waar God
treedt
is
een geestvan
hart verstokte.
zijn
In
wilde
niet
Israël
hij
God
21,
:
Eenerzijds
Hijzelf
in.
Zijn toorn
zij
"^pa,
Ons
Israël
ethisch besef zou zeggen
hen
:
zij
geeft
vielen
beoorlogen, maar er staat hier
uit-
God het was die hen verhardde. (Men leze deze plaatsen in 't oorspronkelijk na om de kracht der woorden te gevoelen. Verzwakke niemand hare beteekenis. God openbaarde het ons zoo). Zie ook Jesaia 6. De profeet wordt uitgezonden met den last „Maak het drukkelijk, dat
:
maak hunne ooren zwaar en
hart dezes volks vet en het niet zie
met
zijne oogen,
moet bijzondere
noch met
sluit
ooren hoore"
zijne
hunne oogen, opdat etc.
Op
deze plaats
nadruk vallen omdat het N. T. deze woorden ook aanhaalt.
2 Sam. 16 : 10 hebben wij de ontmoeting van David en Simeï die hem De zonen van Zeruja willen den lasteraar dooden, maar de koning
In
vloekt.
antwoord hij
:
vloekt
Hem
Qpb"}
zoo
"•>>
np,
omdat God
(God) zeggen
God
staat hier dat
Zoo vinden heiligen
zegt
tusschen
:
wij het :
„wie
tot
„Waarom
tot
u
en
hem
mij
bestaat geene geestesgemeenschap,
zeide
hebt Gij
dit
:
Simeï gezegd had Tin
ook zal
in
/
Kon. 22
:
„vloek David"
;
wie
zal
dan
tot
gedaan" ? Niet één, maar driemaal b'^p.
20, waar de Heere
Achab overreden dat
hij
valle te
in
den Raad Zijner
Ramoth
in
Gilead".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's