Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 338
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
320
God ook
dat in
bij,
bestaan
niet alleen
Hem
aanwezig
zijne cogitatio, de logische
ware
Het
om
mogelijkheid
Wat
maar ook
voor
is
Hem
is
praesent, in
formule voor, de klare afbeelding van toch
een vermogen ?
is
Het
is
voor
alle ding.
Dat
Latijn
te
maar daarom gebruik
spreken,
is
het bezitten van de
doen, maar zonder dat het daarom nog geschiedt.
iets te
vermogen om
het
Het esse
in eene denkwereld.
verkeerd, te spreken van een verstandsvermogen in God.
eene kapitale fout.
heb
maar ook
omnipraesentia,
zijne
in
God
het cogitare. Dat wil dan zeggen, dat de dingen voor
is
in het esse,
het
ik
Ik
nog
Daar komt dus de onderscheiding op tusschen potentia en actus. Bij een mensch scheelt de denkwereld op zijn derde en op zijn vijftigste jaar hemels-
niet.
breed, niet
omdat
op
hij
pas het denkvermogen zou gekregen
zijn vijftigste jaar
Daar
hebben, maar omdat het toen ontwikkeld was.
En dat actu
God
inbrengt,
dus van niet
pantheïstisch.
is
Want
Wezen
het
intellectueel
doordenken van
Nu
is
en
wat
niet tevens
het
actum
te
God
overbrengt.
Neen,
God den Heere
te
spreken, dan
is
Het esse
is
vinden
;
maar overigens is
Ook
in
voor
En met uitzondering van een zeer enkel na aan
toe,
Alleen
de eenheid tusschen
beide voor ons gescheiden.
zijn die
de simplicitas, niet het compositum. Hij bestaat
èn cogitare, maar het esse
is esse.
daar
kunnen denken, maar een eeuwig, absoluut
taal zijn wij er zeer
God den Heere daarentegen
niet uit esse
in
Als wij
het ons niet gegeven, de eenheid van die beide te vinden.
o-'i^ax
in
kenmerk van het pantheïsme,
alles.
op het gebied van de
Hem
is juist
van
bestaan
ons van het cogitare onderscheiden.
In
dat
staan voor ons het esse en het cogitare in antithese.
gebied,
^uxr]
potentia,
het verschil tusschen potentia en actus weg.
is
mee bedoeld het vermogen om
in- en
God
niets in
is
het proces van de menschelijke acties op
Absolute
het
Er
uitgesloten.
voorstelling, die een proces of progres a potentia ad
Elke
het
dat
God
juist is bij
is.
dus progres en proces,
is
de cogitatio
is
Hem
in
Hij
is
cogitare en het cogitare in
de actus purissimus.
Waarop, zoo vragen we nu in de tweede plaats, appliceeren wij ons intelAntwoord: op twee obiecten, nl. op het ik (tx\ op het niet- ik. lectueel bestaan? Passen wij onze cogitatio toe op onszelf, dan
den vorm
van het bewustzijn. Dat
schen,
gegeven
weten.
Dit
:
is
eene
rijke,
krijgt
ons intellectueel bestaan
schoone gave, aan ons, men-
het intellectueel voor onszelf bestaan, dat
bewustzijn
gebreid, opgeklaard en verhelderd, zoowel
wat het lichaam en
zijn
is
:
weten, dat wij
wordt wel door zelfkennis en door zelfonderzoek werkingen
betreft,
wat de
maar
ziel
uit-
en haar werkingen als
alles wortelt toch in
de con-
scientia nostri ipsorum, in ons zelfbewustzijn.
Ook
bij
God den Heere hebben
den eene conscientia suimct
wij alzoo in de eerste plaats te onderschei-
ipsius, het zelfbewustzijn
Gods. Maar ook
hierbij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's