Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 527

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 527

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Hfdst.

Het Bnwijs voor de

II.

zeggen

man

„die

:

den Engel des Heeren

bij

wil een geitenbokje halen

hij

;

hem dus nog van God

Heeren zegt echter spreekt

tot

vers 16:

in

Nu

(vers 11).

Manoach ontdekt

Gideon.

„wat

de Openbaring.

Ó3

de aanspraak van Manoach tot

uit

man?"

„Zijt gij die

:

hetzelfde gebeuren als

een hooger wezen

verschenen" en

mij

is

heilige drieêenheid uit

om

zult gij

dat

zien wij in vers ï

hij

te

te offeren

doen heeft met ;

de Engel des

den Heere offeren ?";

hij

van een ander Persoon, zoolang Manoach nog

als

geen klaar bewustzijn heeft van de verschijning van den Goddelijken Persoon;

daarom

De

naam

engel antwoordt hierop (vers 18): „Mijn

9

in Jes.

5 de uitdrukking

:

naam

(Die

dan

zin

ook de vraag van Manoach naar den naam van dien man.

volgt dan

^iiB

woord

dit

hier

is

in

is

vertaald door „wonderlijk",

het

maar

heeft veel dieper

offert het,

waarop

het

wonder-

in

de vlam

de Engel vaart op

;

Manoach en zijne vrouw vallen ter aarde, terwijl wij ten Manoach zegt „Wij zullen zekerlijk sterven omdat wij God

en

offer,

dat

lezen

slotte

die

Hollandsch uitdrukt, het beteekent „het absolute wonder".)

't

handelen van den Engel des Heeren volgt

van

naam

vh^, dezelfde

van het Goddelijk Wezen.

Daarop neemt Manoach een geitenbokje en lijk

is

:

gezien hebben". Hieruit

hem

de absoluutheid der verschijning

dat

blijkt

gekomen, nadat

is

hij

langzaam

verder

al

is

tot volle klaarheid

voortgedrongen

in het

besef dezer

apparitie.

wat

Ziedaar

ons

in

het

gedeelte

historisch

der

Heilige Schrift over den

„Engel des Heeren" medegedeeld wordt; alleen kunnen wij nog als

gaan melding maken van het 50.

van

in

Kon. 19

/

Sanheribs

:

Ook wordt

over dien „Engel des Heeren"

d^ profetieën,

12

de historie dus, maar

het

niet in

voorbij-

die verschijning nog wordt gemeld 'm \\Qi verslaan Daar komt die verschijning echter voor zonder iets te daaruit geene momenten kunnen afleiden.

in

8;

't

35— 36

eenige plaatsen :

in

dat

leger.

spreken, zoodat wij n

feit,

nl.

\x\

in

retrospicienter gesproken op 63:9; Mal. 3 1 ; Zach. 3 1 en

Jes.

éo.

:

Openbaring.

:

Het verschil tusschen

voorkomen van den Engel des Heeren in de historie en in de Openbaring dat, als Hij voorkomt in de historie, Hij verschijnt en spreekt ; terwijl in de Openbaring niet verschijnt en spreekt, maar over Hem gesproken

dit,

is

Hij

wordt, of eene visionaire verschijning van Jes.

63

:

9,

thans dus niets meer te zeggen overig

Mal. 3

:

1,

Hem

wordt gemeld. Zoo nu

is

het in

:

over welke plaats wij vroeger reeds spraken, en waarover ons

waar

is;

eveneens

in:

wij eene profetie van de toekomst hebben, eene aanduiding

dat Hij verschijnen zal.

Deze

plaats

is

van

te

meer gewicht, omdat

in

de evangeliën er op gewezen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 527

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's