Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 483

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 483

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

HOOFDSTUK

bewijs voor de Heilige Drieëenheid uit de Openbaring.

Het

inleiding

Ter

op

dit

Hoofdstuk, moeten wij eerst letten op het Q^e ar-

waarboven

Geloofsbelijdenis,

onzer

tikel

II.

voorgaanden

wij geschreven vinden

van de drieheid der Personen

artikels

in

:

„Bewijs des

eenen God."

Dat

arti-

kel begint aldus

„Dit alles weten wij, zoo uit de getuigenissen der Heilige Schriftuur, als ook gevoelen." uit hunne werkingen, en voornamelijk, uit diegene, die wij in ons

Daar wordt dus gezegd, dat de*Christen de belijdenis der Triniteit weet uit het getuigenis der Heilige Schrift, maar ook uit de werking der drie Personen, die

zich

in

hij

gevoelt

;

er

dus

is

in

ons religieuse leven een uitwendig en

een inwendig bewijs.

tweede punt nu, dat inwendige bewijs moeten wij even bespreken vóór wij tot de eigenlijke zaak komen waarover dit Hoofdstuk handelt. Temeer is die bespreking noodig, omdat velen niet verstaan wat er ligt in „de werking der Drieëenheid die wij in ons gevoelen." Wat die woorden Dit

:

is

daaronder Als

die

verstaan? vraag

beantwoorden, moet

zullen

9 der Confessie niet staat

art.

„die

Gods in

wij

te

wij is

:

er eerst

op

gelet, dat er in

„de werken die de menschen gevoelen,"

maar

niet de mensch zooals hij van nature is, maar het kind gevoelen" hier aan het woord. En wat is dan nu dat gevoel van die werking ;

den geloovige? jo.

Dat

hij

kennis van zijne diepe ellende verkrijgt.

[Alle religiën zijn generaal onderscheiden in Nomistisch een Soteriologische

de Noministische religie en die het réXsg staat,

Onze

Christelijke

is die,

relige

zoekt

is

waarbij de wetsvolbrenging op den voorgrond te bereiken door ijverige betrachting van den

echter

Soteriologisch,

van de kennis der ellende. Bij haar heeft de ons het einddoel te doen bereiken, maar uitsluitend uitgaat

geven.]

d.

i.

eene zoodanige die

uó/uog nooit ten doel

om

om

kennis vau zonde te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 483

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's