Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 536
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
102
Trekken dan
ons
dat
de
P.
wordt
nu
wij
blijkt
wat
uit
Psalmen
Psalmen en Profeten de conclusie
wij zagen in de
Profeten ons doen zien hoe er
en
uitzicht gesteld
in
van de voorafgaande geschiedenis, als 't eindpunt waarop de moest uitloopen, de verschijning op aarde van een Koning, een
als afloop
geschiedenis Heerscher,
wel
en
Heerscher niet alleen over
een
en Juda, maar over
Israël
de geheele aarde hn'- het rijk
20.
zou
overstaan,
van dien Koning principieel tegenover de
en hoe dat principieele verschil daaruit
de oorsprong van dien Koning zou voege, dat het subiect, dat
in dier
de wolken,
zijn uit
rijken der natiën
te verklaren uit
was, dat
den hemel, en dat
dien Koning sprak, hetzelfde zou zijn als
in
het subiect in God.
Ook
weer dezelfde Differenzirung van Personen in het Goddelijk Wezen, maar nu met het oog op de toekomst, gelijk vroeger met het oog op het
dus
hier
vroeger
verleden,
als het einddoel der
Nu komen Practice het
incidenteel
wij tot eene andere vraag.
is
dan,
ons
zooals
uit
het verhandelde duidelijk bleek, aan Israël
denkbeeld aangewezen van eene Differenzirung
maar eene andere vraag van
dit
mysterie
in
het Goddelijke
Openbaring aan
of reeds in de
is
in
Israël
Wezen,
de exp/Zca^/e
Wezen Gods was aangeduid. Het schijnt toch tegenGod in den hemel is, toch een subiect op aarde
het
dat, niettegenstaande
strijdig
zal verschijnen dat zich uitspreekt als zijnde
Bleef
zou
Openbaring, nu duurzaam
middel van
als
Openbaring.
zoo
dit
en
staan,
onverklaarbaar
het
zijn,
wisten en een
God. dan
wij niets anders
„nudum factum"
dit
verschijnsel,
blijven,
daarom
rijst
dan
nu
de vraag V.
Of er reeds
zijn die te
i
n het
Oude Testament
sporen
aanduiden dat er ook een zeker inzicht
in is
de Openbaring aanwezig
gegeven
omde oplossing
verstrekken van dat probleem dier onverklaarbare verschijning.
Daartoe wijzen wij eerst op het
op de Wijsheid, zooals die reeds A.
Om
de beteekenis
"in'i,
in
te voelen,
het Woord en Oude Testament voorkomen.
daarna op de nppn, op
het
moeten
wij beginnen
eene valsche voorstelling waaronder wij verkeeren facta adsunt,
geene
wat heb
realiteit".
ik
aan de woorden,
Wanneer men onder de
zij
:
met
opzij te zetten
„Verbis non opus est ubi
zijn slechts flatus
vocis en hebben
suggestie van die voorstelling tot de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's