Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 198
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
180
Hebreeuwsche n^N
als het
of
waarvan de beteekenis eveneens „blazen"
n^i;,
is.
Hoe komt het toch, dat alle volken te dezen het begrip „blazen" bezigen? De oorsprong daarvan ligt juist in den w^ind en den adem. Als wij in onze koudere luchtstreken ademen, zien wij onzen adem, maar in de warme landen, waar immers de talen zijn ontstaan, zag men zijn adem niet. Bij het sterven nu ziet men evenmin iets ook de wind blijft verborgen, hoe hij bulderen moge. Daarom heeft men juist voor de onzienlijke dingen dat begrip van waaien, ;
genomen. Dat begrip
blazen
Maar
de tweede plaats
in
Zoo had men
is
om
dat er in den wind kracht school,
ontdekking gekomen, blazen.
dus aan de natuur ontleend, gelijk trouwens
is
begrippen.
oorspronkelijke
alle
men ook
tot
de
het vuur aan te
maar ook eene
niet alleen geluid en een onzienlijk iets,
macht en kracht, namelijk de zuurstof, een levenwekkenden gloed, eene bezielende macht; waarom dan ook op het geheele terrein van het animisme dit
om
begrip van „blazen" werd gebezigd,
onze eigen
In
eene
massa
zekere
binnen
werking van en werkt
en
leven-
inert,
schuim
het
„Geest"
„geest".
eerst
positief „geest" uit te drukken.
men den term „Het
massa zekere beweging
die
uit
taal heeft
is
dus
In dat
etc.
om
gist",
aan
bewegenloos
ontstaat,
is,
zich
die
te duiden, dat
maar
er
nu van
openbaart
in
de
woord „gisten" zit dezelfde stam als in maar draagt een eigen leven in zich
niet iets inerts,
eigene energie.
uit zijne
Het ware wel
te
wenschen, dat wij
de onderscheidene
in
talen,
waar
wij
den Heere onzen God noemen willen, acf/eveivoorde/i //2sfeevanpass/eve hadden. Uvi'jiu
zou beter de bedoeling uitdrukken dan ^z/cS^a; spirans ware beter dan en niet
spiritus; n.
Niet
positieve
element,
dat
den
wortel,
als
TTvzüfjLx
product van das
het
7rvi\JiJLx,
ligt,
dat
is
De
niet
van
b
Hebr.
ïKtyyjic
fiXs-Trofzivt^v.
Daarbij
is
11
Touq xcCjvxg
'iK
(pxivopcév(j)u,
De tweede
dat
is
in
'éo-nu
TxitTfi
yxp
al
uit
tweede
tot het
Fichte namelijk stelt rh
dat de geest
bewuste;
de grond van
al
alles is
opkomt uit
uit
de
de D^n ont-
het morphologisch
en dat de grond
van r;
Dat vindt men met zoovele woorden
Jè Tricmg ïX7rLX^o^vj'Mit7c'z(TTX(TLq^'7cpy.yyLXTWj zfjixprupf^^TjO-xv ol Trpza-fiiiTipoi.
ro
pir, ky,
(pxivoptévoiv
het waarneembare,
<py.rAiacvx
dus
leert,
in rh ttvvjijlx,
zichzelf.
— 3:
ligt.
lieverlee het
dat
maar
p/j/U(XT( 3-£oD, ecc
ro /jAcxó^cvsv
den oorsprong van die
ligt
1
h
met betrekking
morphologische wereld opkomt;
de
leert,
zichzelf,
:
gelijk
daarentegen
Schrift
B-eóg,
in
o'j
waaruit
in
uitgedrukt
Y,xTr\pri<T?ï%i
heeft
het begrip van TrvvjiMx
in
Ich. Schelling
TTvtiiiJLx.
bestaande
God.
is
onbewuste vormt zich van
stof; uit het
staat
maar flator maar Fichte
flatus,
Schelling,
al
ro
Tricmi vzol/fMVJ
fiXeTró/Lcevov
wat eene
pcspcpr,
yiyovévxi.
bezit.
wordt hier gezegd, dat ze geworden
Over
zijn
pLr,
het pneumatische.
positieve eigenschap van het begrip Trvejpix
komt dus hierop
neer,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's