Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 34
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Sacra Scriptura (Pars Prima.)
20
maar we moeten ons in onze eigen zaak verdiepen dan eerst staan we vast en zeker. We moeten niet een soldatenleven leiden, als de School van van Oosterzee, die niets doet dan de tegenspraak van anderen weerleggen we moeten stil thuisblijven en ons oefenen. Het Pantheïsme laat alles uit den abyssus opkomen, om ruimte en plaatste hebben voor willekeur het vraagt alleen naar feiten, niet naar de ratio of ;
;
:
causa van die feiten. De Mystieke richting
schrapt evenzeer het cur en quorsum uit haar lijst weg, en de Methodist vraagt evenmin naar het cur, wel naar het quorsum, In de bloeiperioden der Theologie komt altijd het vragen naar het cwr weer terug dan gaat men weer zoeken de Ratio sufficiens der dingen. Zoo deden de Reformatoren zoo is het ook nu weer door de herleving der Gereformeerde beginselen. Er is voor ons maar één onbegrepen ding en dat is de onbegrijpelijke God. ;
Wanneer men bij Hem komt, zwijgt men en aanbidt maar tot men op dien bodem komt, moet men altijd vragen naar het cur. Daarom zeiden onze Vaderen Hoedanig een Verlosser moeten wij hebben ? ;
—
:
Antw.
Eenen zulken, die een rechtvaardig en waarachtig mensch
:
is
en die
mede een waarachtig God is (Vr. 15 v. d. Heidelb. Cat.). De bedoeling van deze is natuurlijk niet Hoe komen we voor 't eerst met Christus in aanraking,
vraag
:
want degene,
die vraagt en antwoordt in den Catechismus
een
verloste,
die
reeds
het
eigendom
is
deze Christus zoo zijn ? Dezelfde vraag moet nu ook met betrekking
Waarom gegeven 2.
een geloovige, een
tot
:
waarom moest
de Heilige Schrift gesteld
zulk een Schrift noodig? Het antwoord zien wij in de paragraaf
is
den vorm van een kettingreeks.
in
Ten
is
van Christus, maar
l^te.
mt
het bestaan
Gods
vloeit voort,
dat die
God moet hebben
een Verbum.
God
Woord. Dat is de strijdvraag tusschen de Christelijke Kerk en de eerste geweest, die feitelijkdephaenomenalewereld (het objectieve)
heeft een
Kant. Kant
is
vernietigd heeft en de noumenale wereld (het subjectieve) daarvoor in de plaats heeft geschoven. Tot op Kant heerschte de meening daar is een objectieve wereld :
de Wolfiaansche school zei de objecten zijn adaequaat aan onze subjectieve indrukken, m. a w. de phaenomenale wereld de noumenale wereld. Toen is Kant opgetreden en heeft gezegd „Ja, die phaenomenale wereld zal wel bestaan, maar :
=
:
niet, dat uwe indrukken van die wereld juist zijn daaromtrent hebt ge geen zekerheid; eer het tegendeel, zie slechts b.v. hoe de lensen der oogen verschillen het paard ziet dezelfde zaak geheel anders dan de mensch". De optische studiën hebben vooral ingang bezorgd aan de leer van Kant. Men kreeg dus, dat de phae-
denk
;
;
nomenale wereld een groote x was, een abyssus, een sphinx, een N.N., wij zien daar nu in, en alles wat wij er in zien, zijn eenvoudig vormen, die wij met ons oog er op brengen. Toen Kant zoo was voorgegaan, is Fichte gekomen, die de objectieve wereld
van het
Ich.
geheel wegschrapte en eenvoudig maakte tot een product
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's