Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 615
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
Caput
II.
De Sacramento
Baptismi.
§
met dezen overeen. zelf
uit
een andere school dan G. de Bray, komt
Schatboek
zijn
In
141
ons van groote waarde.
Zijn in niets aarzelende getuigenissen zijn voor
Zacharias Ursinus
De bapüsmi subjedo.
21.
(ed. v. d. Honert, dl.
II,
hoofdpunten
in
pag. 53) heeft
hij
de 74e vraag van den Catechismus toegelicht. Zoo duidelijk mogelijk komt
antwoord, alsook
in dit
derdoop hierop
modo
pro
uit
dat het recht van den kin-
dat de wedergeboorte in hen moet verondersteld worden.
rust,
Opera Omnia Tom.
zijne
In
seu
de verklaring er van,
in
aetatis,
II
428 zegt
p.
hij
„Infantes credunt suo
:
quia habent inclinationem ad credendum
modo
fides est in
;
non actu ut in adultis." Daar de oude theologen degelijk goed onderscheid maakten tusschen wedergeboorte en bekeering, daar stellen ook zij als een argument tegen den herinfantibus potentia et inclinatione licet
doop
de eerste plaats, dat de wedergeboorte slechts éénmaal plaats heeft,
in
op een enkel moment des levens, waarbij de mensch volkomen passief is. Zoo spreken hierover duidelijk Olivetanus in zijn „Boek over het wezen :
des genadeverbonds", en G. de Bray, over het herdoopen (cap. XXIII).
De
worden om het
voorstelling van Beza, die stelt dat de kinderen gedoopt
geloof der ouders, zoodat m.en vertrouwen mag, dat ook
zij
eenmaal
Gereformeerde kerk steeds verworpen. Toch drong dat gevoelen
onze
tot geloof
komen, waarop zich de Anabaptisten wel eens beriepen, werd door de
zullen
kerk en
ontkent,
En ook het anabaptisme, dat het geloof
binnen.
keurmeesters
wil,
over iemands
die
staat
in
zullen
in
deze eeuw
de kinderen oordeelen,
is
helaas niet zelden te vinden in de kringen der Gereformeerden.
Hoe nu oordeelen de Commentaren van den Catechismus over deze quaestie? Jeremias Bastinghius, eerst predikant het
werkje recht,
een
1591
jaar in in
korte,
zegt
hij
te
Antwerpen,
verklaring
in
het
Nederduitsch
b.v. pag.
werd overgezet.
dwalingen
412: „yut
alle
dacht
welcke
men
de wedergheboorte
van
In dien tijd,
zijn colleges
sijn
de IV
Zoo
Hem
de kinderekens
door Christus heb-
in
vragen en antwoorden.
door Voetius gegeven, welke Poederooyen met medewerking
leermeester
Catechismus
hebben, zoowel
vóór het uitbreken
Voetius, gaf uit een „Grondighe en eenvou-
in
het licht gaf.
De
quaestie van den kinderdoop wordt
behandeld pag. 414, waar de vraag wordt gesteld die
in
welk
des hemelrijcks, maer dat oock
van de leere des Catechismi"
onderwijsingh
zijn
ter perse,
hen plaets heeft."
bij
Corn. Poederooyen, leerling van
Het
Dordrecht, gaf
blijcket nyet alleen, dat
ben verghevinghe der sonde ende borgers
dighe
latijn
zeer zuiver over dit punt.
ghenaede en ghunste des Hemelschen Vaders, van
in
later te
het
1594 door Hendrik van den Cornput, eveneens predikant te Dord-
Remonstrantsche
der
zaakrijke
als
stelt
?" en het antwoord
is
:
:
„welke
is
de tweede reden,
„Dat ze den Heiligen Geest
de volwassenen en de verlossing der zonden." 38
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's