Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 352
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
334
speciaal op de rechtkunst, metterdaad de kunst, die de „generaal"
en
regeer-
Zeker, de militaire kunst wordt wel geholpen door studie. Napoleon kreeg voor die kunst geen academische opleiding. De van den vrijheidsoorlog in Amerika hebben daar niet expres voor op
Jozua noodig had.
Maar
toch,
lieden
Dat
studie gelegen.
Zoo ook,
dan moeten wij
ook „wijsheid".
alles is
de Schrift sprake
als er in
van de „wijsheid der Egypte naren",
is
denken aan de philosophische scholen.
Die zijn van veel Denkt aan de mysteriën, het orakel van Delphi etc. in Wat hebben wij hier onder „wijsheid" te verstaan? Reeds gaf ik niet
dagteekening.
later
Griekenland.
hierboven
antwoord.
het
was
oorspronkelijk, in het paradijs,
Ziet,
van den mensch geheel sympathetisch met den hem omringenden
Door de zonde
bestond tusschen beide levensaffiniteit.
Maar
broken.
zij.
uit
eerst
De algemeene genade stuitte dezen afnemenden gang
Voorzoover nu de volken, die zonder het
der levenssympathie.
genade
Er
deze sympathie ver-
op eenmaal ophield. Integendeel,
niet zóo, dat ze geheel en
langzaam verminderde
is
het leven
Y.irryLoc.
licht
der bijzondere
ontvangen, toch bleven drijven op die algemeene genade, en door haar
te
de levenssympathie met den hen omringenden
de dieren, de planten, het
y.irr^zq
den regen, den donder
licht,
de natuur, de starren, enz.,
verstonden, voor-
zoover hadden ze ook zonde, studie toch nog veeltijds eene groote mate van „wijsheid''.
de opmerkelijke uitspraak van Spr. 12
: /ö; „De rechtvaardige kent Deze tekst is meer dan eenige andere geschikt om ons de levenssympathie, waarvan zooeven sprake was, te doen verstaan. De rechtvaardige is hij, die de vreeze Gods heeft. Haalde die de kennis van het
Gij kent
het leven van zijn beest".
leven
zijner
Maar
hij
natuurlijk
dieren
uit
de Schrift?
Heeft
hij
de zoölogie bestudeerd?
kent zijn beest uit kracht van die levenssympathie.
van de plantenwereld.
Neen.
Datzelfde geldt
Vandaar de groote beteekenis van het bota-
oude volken en de rijke kennis van der planten geneis van studie, maar van omgang met de natuur. Vandaar ook het sterke leven dier volken met de starrenwereld. „Heft uwe nische
leven
voor de
zende kracht, die geen vrucht
oogen op omhoog, en
ziet,
wie deze dingen geschapen
en och, van de honderd Amsterdammers
Welk een wondere weerkennis de
„voorspellingen"
onzer
van
was
vrucht is
is
studie,
treft
dagen bij
ge
zijn er
bij
niets
heeft," zegt
de Schrift;
geen twee, die het ooit doen.
die oorspronkelijke volken aan,
mee
te
maken hebben.
hen gevolg van levenssympathie.
Wat
waar
bij
ons
Nu, dat alles
„wijsheid".
Deze levenssympathie en wijsheid nu was het sterkst
nam
successievelijk
af,
band met de natuur.
bij
de oudste volken en
hetgeen gepaard ging met een losser worden van den Later nu had
men
alles
maar van hooren zeggen; de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's