Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 97
college-dictaat van een der studenten
§
De
3.
EXSISTENTIA Dei.
79
want nihil causa sui esse potest. De causa van den kosmos als geheel gedacht moet dus buiten den kosmos gezocht worden. En ze kan derhalve niets creatmirlijks zijn, want al het creatuurlijke behoort tot den kosmos. Dus is zij het zij moet dus wezen de causa absoluta." Met die „causa absoluta" heeft men dan natuurlijk eenvoudig een anderen naam voor God. 2. Tegen dit kosmologisch bewijs is oorspronkelijk weinig ingebracht. Men vindt het bij latere philosophen, maar ook bij vele dogmatici, onder de kerkvaders. Zelfs werd het reeds bij Cicero gevonden en bij de oude philosophen. Het ligt trouwens ook voor de hand, dat men zoekt naar een „Urgrund" voor alle bestaande dingen. Het is dan ook niet vreemd, dat dit „bewijs" bijna zoo oud is als de gedachte. Levert dit „bewijs" nu werkelijk het beoogde resultaat? Kan men er de conclusie uit trekken, die men wil? Het is betwist, ten eerste door Hume, daarna door Kant. Natuurlijk is er herhaalde malen tegen gestreden, maar door deze beide philosophen zijn er alleen
oncreotuurlijke en
eigen argumenten tegen ingebracht.
Hume
a.
antwoordde:
kosmos altoos het
tot
op
oorspronkelijke
propter hoc te besluiten. Heel
uwe
te
gij niet in staat zijt
nog veel
minder,
dat
v/a.a.r
minder ze
te bewijzen, dat ze
toepasselijk
dus met uwe denkwet
niet
causa absoluta hebben; zoo kunt b.
uit
uit
den
het post hoc tot het
om
tot
gij
stelling, die
ook geen bewijs
die causaalwet te bewijzen, daar
als geheel gedacht.
Gij kunt
eene conclusie, als zou de kosmos eene
het bestaan van
God
niet bewijzen."
in de tweede plaats, sloeg den weg van Hume niet in. Integendeel, omdat Hume ons denken in de war had gebracht, heeft Kant er zich in „Kritik der reinen Vernuft" en in zijn „Kritik der Urteilskraft" op toe-
Kant,
juist zijn
gelegd, feld," hij
om
het eene
om
algemeen bestaat, en nog weer veel
op den kosmos,
is
komen
altijd
heeft geen recht
eene onbewezen
kan vinden. En is
en dat
bestaat,
voorstelling, alsof er metterdaad een cau-
is
fictie,
dat er in dien
constateeren,
klimmen,
saalwef bestaan zou,
eene
wel
uw denken
voorafgaat en het andere volgt, maar
kosmos
kunt
twee dingen
tusschen
relatie
ge
„Zeker,
om
de vastheid van ons denken
zoo geeft
eerst
hij
toegeeft,
toe, „die
dat
die
te herstellen
en
te
redden. „Ongetwij-
denkwet van de causaliteit bestaat." Maar waar wet bestaat, daar houdt hij aan de andere zijde
staande, dat die wet niets anders
is
dan eene categorie van ons menschelijk denken, omdat onze geest niet naar buiten
dat de dingen zich zoo aan ons voordoen,
kan zien
blauw
dan
door het glas van die denkwet. Evenals iemand, die door een
of rood gekleurd glas een landschap beziet,
waarneemt,
niet
omdat
het
werkelijk zoo
is,
ook
maar
uit
alles als
blauw
of rood
oorzaak van het
glas,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's