Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 202
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Pkima).
184
de
God
in
<pC(ric
maar
elders heeft,
die energieën, die
deze
zijde
zoodanig meebrengt, dat
als
daar
uit zichzelve,
de
is
hare causa movens niet van
zij
rzj
(p-^c-ic
het complex van al
S-c;-:
samen de Goddelijke wezenheid uitmaken. Terwijl aan de andere
levensvolheid,
diese
Energien
der
Fülle
in
God,
niet alleen hare
energie in zichzelve bezit, maar tevens de oorsprong van alle andere energieën
Konden naast God nog andere energieën bestaan, dan zou
is.
lute
saamvoeging van deze
door de
Eerst
volle begrip van de
Nu kan
5-c/z
zegt
de
3-c/x
fia-uc.
(p-^a-ng.
onderworpen
Daarbij
de
staat
Gods
ipijü-ic
een
als
rrc ^lixg
ro'j
Daar
(pi^mc av3-,coj-
Abbild,
gelijk
hij
bovenaan, omdat Alleen omdat
5-eo'j.
bij
zij
zoo
zij
volkomen ontwikkeling Dat
KOivc^vsi; yivirxi.
(pja-e'jic
van den mensch;
Vergöttlichung
achtig
aan de
zijn
a.v'^p(,i7ccu
rzli
(pia-iq
kan er gezegd worden, dat de mensch
staat,
het kindschap
geene
begrip
dus eene scala naturarum, eene opklimming, eene hiërarchie der
is
het Abbild in zich draagt van de
hoog
tot het
:
apostel, dat alle andere <pim'.q
geschapene
in
denkbeelden komt men
drie
(póa-'.c genomen te hebben, dat Daarom wees ik ook op Jac. 3 7.
na alzoo het begrip
ik,
Er
alleen
de abso-
(picnq.
gaan vergelijken met andere
TTCj-rt.
Hij niet
bezitten.
(pïjcrii;
is
geene
deïficatie,
wordt de Goddelijke natuur deel-
een beeld de natuur deelachtig
is
van het
ori-
gineel.
Die uitdrukking „de
men anders
licht toe
De
niet,
waar
^i>(nc ro~j
B-esj
op het ethische; maar ook op het verstandelijke, op het leven
ziet niet alleen
van het bewustzijn, waarin
mensch uitkomt,
juist
de hooge pneumatische ontwikkeling van den
„ttpóg-^^ttcv Tcphc 'tpóo-ojttsu"
God de Heere
macht.
worden" versta men dus
ipimq deelachtig
3-£('a
komt, alleen van de heiligheid Gods.
;
en
in
de derde plaats ook op de
mensch ook macht gegeven.
heeft aan den
En ons
is
geprofeteerd, dat wij met Christus als koningen heerschen zullen. Bij
een kind onderscheidt
men tusschen de natuur en de opvoeding.
opvoeding kan men de natuur ontwikkelen, maar er schen wat het kind door natuur eigen
af bijkomt. komt geheel
In
dien zin
uit
zijn
is
God
er in
wezen op en
is
blijft
en wat er door opvoeding van buiten
zulk eene tegenstelling niet.
niets
Door
eene tegenstelling tus-
wordt
er
Zijne natuur
door invloed van buiten
in
aangebracht. Bij
ons
is
er intusschen
wel eene tegenstelling, zoowel
tusschen ons en het nicht-Ich.
ons
tusschen
ik
en
onze natuur
hebben
wij de roeping,
natuur
en
tucht
over
die
Wij
om
maar gaan
;
zijn
gewoon eene
laat,
is
onzen persoon
in
te
gaan.
een ontuchtig mensch, Dit
is
niet
Wie d.
leeft
w.
z.
als
maken
en overmits nu onze natuur verdorven
tegen onze natuur
zijne natuur uitoefent.
in
tegenstelling te
is,
naar zijne die
geene
aan de menschelijke natuur als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's