Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 242
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
Locus DE Ecclesia.
62
men de kerk beschouwt
aard van een verbond en de essentie van een verbond brengt mede, dat
De
openbaar
Waarom?
is.
schen twee, en ter
Evenwel, deze voor-
op een dwaalspoor.
stelling leidt geheel
het
haar zichtbaar en haar onzichtbaar karakter, tus-
en een inwendig genadeverbond.
uitwendig
een
schen
in
uit
Omdat een verbond
altijd
gesloten wordt tus-
de noodzakelijkheid dier twee partijen het openbaar karak-
Het genadeverbond op aarde kan dus alleen daarin werken,
voortvloeit.
het op de door God bestelde bedingen aangeboden en door den mensch aangenomen wordt. Eerst daardoor ontstaat de verbondssluiting. Uit iemands wedergeboorte in het verborgen kan geen verbondssluiting volgen. Daar moet een daad Gods en een daad van den mensch zijn, waardoor hij de bedingen
dat
aanneemt.
mensch die bedingen Gods niet te weten komt, indien de kerk niet in het zichtbare optreedt. Iemand kan wel op zich bijbel van dat verbond lezen, maar niemand kan het zelf staande in zijn hem aanbieden. Eerst in den dienst des Woords treedt iemand op met bevoegdheid van Godswege om hem het verbond aan te bieden, krachtens het sleutel-
Nu
spreekt
het
vanzelf, dat een
ambt.
We
zien dus, dat,
waar
een verbond de essentie
de kerk het essentieele
bij
ligt
ligt
in
het invisibele,
bij
de uitwendige aanbieding en aanneming.
in
de tweede plaats moet de tegenstelling tusschen de ecclesia en het ver-
In
bond van een andere zijde worden gevat. Het verbond vertegenwoordigt het Door het verbond treedt elke ziel in persoonlijke relatie religieuse element. met God. Bestaat nu het wezen der
meenschap plaats dit
religieuse
tusschen die
het
God
heeft tusschen
karakter
en de
vandaar dat
;
ziel,
rechtstreeksche ge-
religie daarin, dat er
God
en de bij
dan
ziel,
ligt
juist in
het verbond totaal
weg
is,
en
bij
de Gereformeerden,
geloof aan de rechtstreeksche gemeenschap tusschen
herstelden, de verbondsleer
het verbond
de Roomschen, die de kerk plaatsen
op den voorgrond
trad. Niet eerst
God
en de
ziel
Coccejus begon
maar reeds terstond na de Reformatie kwam de verbondsleer op, zooals genoegzaam blijkt uit ons Doop- en Avondmaal-formulier. Het verbond het leggen van dien onmiddellijken, rechtstreekschen band tusschen is juist hiermede,
God
en de
ziel.
Juist dit echter maakt, dat het verbond,
staat
met het t^oux ~yj
Xo'.tto'j.
In het
wat de personen
verband
zijn
betreft, niet gelijk
getreden allen, die de bedingen
van het verbond aanvaard hebben. Van inwendige en uitwendige bondelingen t€ spreken is dan ook eigenlijk ongerijmd. Waar nu echter tal van personen tot
niet
het uit,
verbond dat
zijn
daarom
toegetreden het
ver43ond
zonder uitverkoren
te zijn,
voor hen werkeloos
is.
zoo volgt hier Integendeel, op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's