Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 456
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
22
Al wat wij hier echter doen,
ons bewijs.
is
wat tegen die
Triniteit belijden, als
immers bleek ons absolute
is
wegnemen
onze voorstelling,
uit
Wij kunnen de
Triniteit ingaat en ze voorstelt als irrationeel.
de Schrift ons die openbaart, want
den mensch de persoon
hier weer, dat reeds in
niet is
eene
dat er eene innerlijke Differenzirung niet alleen wordt
maar
eenheid,
nrWirrationeel
is
zij
maar geëischt.
toegelaten,
N Eene derde observatie van onze menschelijke persoonlijkheid leert, dat onzen persoon altoos wordt ondersteld, dat di\Q persoon achter zich heeft een wezen; dat dat wezen wederom zijn grond vindt in het wezen van demensch3.
bij
heid
ligt in haarzelve,
maar
die ze schiep, haar het leven gaf en over haar zijne ojdinantiën be-
God,
in
de grond van die menschheid niet
eindelijk, dat
;
kan
Ik
stelde.
mij
menschelijke ectype het persoonlijk bestaan niet
de
bij
denken, of er moet een grond onder liggen.
Een grond onder den persoon
in
Een grond onder dat wezen in verband met vader, moeder, En een grond onder dat universum in de almogeslacht, volk en menschheid. ligt niet alleen in het verleden, maar wezensgrond gende kracht van God. Die eigen wezen.
zijn
is
steeds aanwezig.
Een mensch en
species,
staat niet alleen
;
elke persoon
is
slechts eene variatie van eene
species weer eene variatie van het genus hominum.
elke
Gelijk
maar door zijne uniform het ook is een geïsoleerd mensch zoo representeert, hem is, achter leger, dat mensch de representatie van niets, maar is de „persoonlijke" uniform van den Dit is niet hetzelfde als wat wij bij het eerste kenhet menschelijk geslacht. bij
een leger een enkele soldaat geene macht
teeken
menschelijke
der
wij
de
niet
maar
daaronder
;
veelheid
saamsnoert ?
er
bindt,
dan
zou
de
niet
dan zou
mensch
kunnen beheerschen.
zelf
Nu kan
hij
zelf
men te
dat
bijvoorbeeld
kiezen."
de Gereformeerde
juist het
maar
bestaan van
rusten
op het persoonlijk
den band, die hem aan de menschheid hij
Sommigen verkecren
dat niet.
wel eens beweren
Zelfs zijn er ouders, die religie laten
Ware de per-
geen grond onder zich en buiten zich
meening, dat die zelfgenoegzaamheid metterdaad hoort
de band, die de een-
aan voorafgaan en het beheerschen.
zelfgenoegzaam, zeker,
vereischen,
ligt
Alleen als representant van de veelheid heeft de eenheid
moet
hij
hebben
Niet in het persoonlijk bestaan,
Daarom kan de organische samenhang
bestaan, maar
soon
Waar
de samenhang van het organisme beheerscht
den enkelen persoon. beteekcnis.
hier niet over de
verbindt, Hier
van den persoon tegenover andere personen, maar
ontwikkeling
eene
tot
saam
over hetgeen ze
de antithese tiisschen de eenheid en de veelheid. lingen
Het gaat
vonden.
persoonlijkheid
wrijving met de coördinaten,
is,
's :
menschen
„ik
deel
is.
in
ben nu oud genoeg,
hunne kinderen
in
de
Practisch
om
de Roomsche en
onderwijzen, opdat ze later zelfstandig kunnen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's