Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 292
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
i74
Met
hetzelfde krachtsbetoon (niet eene zedelijke kwaliteit), met dezelfde alles
boven gaande grootheid
te
dooden opgewekt betoon
niet
is
waarmee God
kracht,
zijner
zijn
Christus
uit
de
ook de geloovigen ten leven. Dat krachtsanders dan Gods ï/.s:^, maar het is met zijn ï/.icu éen en
heeft, bracht Hij
iets
hetzelfde.
Welnu, het woord
De
hebben.
van
zijne
virtutes
c>.piTv.i,
y.prc/-
leent zich
komen
virtutes,
beeld van compositie vermeden.
van
bifurcaties
en
breekt,
tot
De onderscheidene
grond-i,ccr/7,
het
gelijk
De onderscheidene
éene
'y.piTxi
Gods
licht zich
in
niets
zijn
worden
wezen Gods uitmaakt, het
hToj,:'óy,
Uit dezen wortel vertoonen alle energieën zich naar buiten.
Met menschelijke woorden kunnen wij Gods wezen Maar in dit woord, hoezeer ook gebrekkig,
drukken.
waarbij
dan
velerlei stralen
virtutes Dei vinden altegader/zaar worfe/ f az
in die éene energie, die het eigenlijke
het B-chv in God.
geven,
hetgeen wij hier noodig
volstrekt niet de onderscheidene stralen tot het éene licht
gecomponeerd. centrum
de
zoo uitnemend
Gods leven bij, maar zijn leven is het pleroma energieën. Daarmee is dus vanzelf ook het denkniet bij
wij
nooit naar waarde uitis
ons een begrip aange-
het minst schade toebrengen aan het Godsbegrip, terwijl
Gods wezen er nog het meest door tot Daarom geven wij aan dit woord de voorkeur. En steeds zij men dan op zijne hoede, dat men niet alleen Gods
het geheel eigenaardige van
zijn recht
komt.
waarheid
enz.
tot
de
virtutes
Dei
alomtegenwoordigheid, simplicitas
rekene,
maar evenzeer
heiligheid
zijne eeuwigheid,
etc.
II. Wij komen thans toe aan de tegenstelling tusschen het nominalisme en het realisme. Door uwe philosophische studiën zijt gij ongetwijfeld genoegzaam op de hoogte, om het karakter beide van nominalisme en realisme te vatten en te
onderscheiden.
deze namen ook pas
Gij weet, dat, al dateeren
eeuwen, de zaak zelve toch reeds zoo oud
is als
het denken.
over Plato, en Herbart tegenover Fichte, Schelling en Hegel, tegenstelling.
en
uit
Herbart
is
de man, die
uit
de middel-
Aristoteles tegen-
— het
dezelfde
is
atomen
alles uiteen laat vallen in aparte
de compositie van die atomen komen dan, volgens hem, de phaenomena
tot stand.
Zelfs onze sympathie en antipathie, al onze affecten zijn niets
composities van zulke aparte atoompjes; altegader dus aparte exsistenties.
de
lijn
zijn
van
Kant en Fichte
treft
men
juist het
de atomen geheel verworpen en wordt alles
Oaan
wij hierbij terug tot
op Plato en
tegenovergestelde aan. uit
Aristoteles,
dan
Op Daar
een idee afgeleid.
dan vinden wij
dit prin^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's