Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 167
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
;
§
De
9.
Gods hand gehouden, met
in
''uAixTTTu-ic
zijn,
Evenzoo
in
Ezech.
God den
schreven aan
om
aan
van
er
De 36 :
(NB.
dat
De derde making
25, 26,
(Eerst de negatieve daad, dan de positieve daad en
Ef.
is
2
zegt ons vers 27: Ik zal de bewerker
waarin wij vinden de geheele
10,
:
hier afgeleid.
engeren zin
w.
d.
voert, als
Hij
z.
niet, gelijk
het de Heilige Geest
soonlijk omgaat, door
men wel
heilig-
27
26,
zij
:
inwonende
zegt,
God
De
omdat
Hij
ons toe
Maar
16.
:
Rom. 15
Niet
16.
:
_Heilige Geest
de kerk,
in
uit.
in het hart
Heilige Geest heet
de Heiligmaker
met wièn onze persoon
is,
vloeit
is,
maar
ons binnenste per-
in
welken omgang van persoon met persoon de heiligheid
de heiligheid
Hij [,wekt
;
:
Evenzoo Hebr. 13
meer toebrengt aan het werk, maar de
der geloovigen den wil van den Drieëenigen
de Heilige Geest,
5
de Heilige Geest de naaste werker.
is
de naaste werker,
Ef.
den Vader.
niet rechtstreeks uit
dat de Heilige Geest iets
uitkomt
dag des oordeels).
daad van heiligmaking geheel toege-
die
Uit de diepste bron, de fontein van alle goed, uit den
17.
:
door Christus en
omdat
de parousia van Christus
wandelt en Mijne inzettingen bewaart en doet).
locus classicus
Voorts Joh. 17
is
in
haar oorsprong, voortgang en voltooiing.
in
in
27 wordt
God de Werker blijft,
Vader wordt de heiligmaking toch
zij
145
heeft zijn réAs^- in den
-'.yixtrixba
heilig
gij
dat gevolg, dat
Heere.
te duiden, dat zijn,
Sanctificaiione.
in
ons op.
De Zoon nam onze natuur aan
de Heilige Geest onzen persoon.
Die werking van den Heiligen Geest uit
is
intusschen nooit
uit
Zich
zelf.
Hij gaat
van den Vader en den Zoon, en krachtens dat oeconomisch verband, kan
nooit anders
God
is
werken dan
uit
den Vader en door den Zoon.
Cf. Joh.
14
:
Hij 16.
auctor; de mensch komt hierbij voor onder de rubriek „media".
Wie
VIII.
de voorwerpen van deze genadedaad Gods ? Tot op zekere
zijn
hoogte gaat er eene heiligende werking Gods
uit
op
menschen,
alle
nl.
in
de
algemeene genade. Vóór den zondvloed was de uitwerking der ongerechtigheid toomeloos echter
;
na den vloed
sanctificatie.
De
is
de werking der algemeene genade grooter. Er moet
tusschen de algemeene genade en de hier
onderscheiden
sanctificatio doelt altijd
den Middelaar en de
-jii^icrh.,
het stellen van
:
Gods kinderen
in
Het antwoord op de gestelde vraag (wie de voorwerpen de uitverkorenen, daar toch niet gewerkt. zijn,
maar
geloof
Wél kunnen ze
worden
aanwezig
van het oogenblik
is.
af,
alleen
IV
de priesterlijke eere. zijn)
kan
niet luiden
;
Gods uitverkorenen de heiligmaking wordt
de uitverkorenen voorwerpen van de
h.yiy.(T^ic
het na de wedergeboorte en bekeering en dus als het
Voorwerpen van heiligmaking kunnen dat het geloof in hen gewerkt
ment voor het gas opgehangen Intusschen geldt
in al
bespreken
te
op het rèkcq het gelijkvormig maken aan
dit in
in
is.
zij
eerst
worden
Eerst moet het instru-
mijn kamer, daarna pas kan het gas ontstoken.
dien strengen zin niet van allen, die voorwerpen van 10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's