Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 375

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 375

college-dictaat van een der studenten

3 minuten leestijd

§ nipn

institutum,

het

zijn

De virtutibus

7.

357

dei.

waardoor het goede beheerscht wordt en waaruit

het voortkomt.

Psalm 73

25

:

:

^nxn

nevens

hemel,

en

aarde.'

Hier

God

sproken, dat Matth'. 19

U

komt

'P(^^rt'iib is

het het

^"2^2

^^syl

er niets,

waaraan

Summum Bonum

is,

is

er

voor mij

den

in

een welbehagen zou hebben, op

niet voor,

woord „goed" wel

De

maar toch

is

hier uitge-

en het volgende vers.

in dit

17 wordt verschillend gelezen.

:

Wie

'^-'^ ik

lezing van Tischendorf

is

deze,

de vraag naar het goede antwoordt: „Wat vraagt gij naar het vóór zich. Men lette goede? Dat ligt in God zelf." De oude lezing heeft veel wet, maar op God. de niet op wijst op de tegenstelling: ik kyx^oc. Jezus aan, dan is het goede Neemt men de lezing van den textus receptus voor de strijd Ariaanschen verklaarbaar, hoe de tekst vervalscht is, nl. in den

op

dat Jezus

licht

de tekst van de onderschikking van den Zoon aan den Vader. Dat menig zoo dat hieraan, juist lag worden, kon zoo makkelijk anders gelezen goedigde er men verstaat Immers, afschrijver de bonitas Dei niet verstond. dan is er geen enkele reden, waarom Christus er bezwaar wille

ter

Gods onder,

heid

tegen kon hebben, dat Hij „goede meester" is

ook

Hij.

Maar

plaats vanzelf.

Bonum mocht Vader, op

Hem

verstaat

men

in

den

God

mensch

is

het

Summum Bonum. Daarom

gelegd.

goedertieren

wijst de

Het

Summum

Zoon op den

alleen.

komen thans voor deze moeilijke vraag te staan, bonitas Dei het bonum ethicum bedoeld is of niet.

Wij die

Want

het van de bonitas Dei, dan verklaart zich de

Niet Christus, alleen niet

genoemd werd.

Immers, de Schrift gebruikt „goed" ook Bijv. in Rom. 8 of bonum eudaemonicum.

in :

den 28

is

of in de Schrift

met

van het bonum essentiale geen zedelijk goed bedoeld,

zin

Zoo ook, als leven. maar het bonum eudaemonicum in den toestand van het zien?" dan doen goede 7 wordt gevraagd: „Wie zal ons het in Psalm 4 den nood, uit uitredding wordt er niet op het zedelijk goede gedoeld, maar op voorspoed en welvaart overwinning op de vijanden, een gelukkig leven van u zoeken" zeggen, dat voor goede het zal „Ik 9 wil het In Psalm 122 enz. :

:

begeert voor de stad Gods. wie dus spreekt veiligheid, welvaart en voorspoed Gelijk ze aantreffen. Schrift Diezelfde beteekenis kan men vele malen in de uitdrukking de in ook in het dagelijksche leven veelvuldig wordt gebezigd te kennen geeft, dat zoo er goed aan toe", hetgeen volstrekt niet „Hij

is

maar dat hij gelukkig is. heiligheid; het bonum Het zedelijk goed, gesublimeerd, kunnen wij noemen vraag bij de bonitas de dit nu is En essentiale, gesublimeerd, is de zaligheid.

iemand een braaf mensch

is,

bedoelt men? de Heilige of de Volzalige is in Zichzelven. Wat in ZichVolzalige is de Het antwoord luidt, dat hier dit bedoeld wordt: God

Dei, of

God

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 375

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's