Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 219
college-dictaat van een der studenten
§
Wie nu den
hemzelf
op de anderen
als
Gods kind
kind in zichzelf en mint ook
(p
a.
In
f<j
Joh.
1
1
We
hebben hier
dat
met
God
is
5 lezen wij
:
on
het
mint
Gods
geheel
(pihg
':<ttIii
a.yyOdx
y;
kxi a-y.trlx
'iv
'f]v
aKYiitóxfx,iv b.TC
xiroü
airw
\(ttiv cl^ifjiix.
cLy,
weer wordt uitgedrukt
'crr/v
God
gelijk
licht,
geheel liefde
was,
(p^ic
is
geheel zijn wezen
;
Ware God
alle licht.
niet geheel licht,
moeten vvczen, maar
(tkotIx
wij zien,
het begrip van de totaliteit
o-kotIx
is
het licht,
dan zou dat
h
oiórC»
oLk
oldcixix.
En
gelijk Hij
Gods, waarin
als
is,
juist in
mag zeggen
het zoo
ik
Hij zich baadt.
Immcrs,
a.7rpi(T'.rzv.
1
Tim. 6
daar
in
een
in
het
ThtfMtv
dit
is
1"^^
In Jac.
1
Joh.
tw
Waar
wel beduidt
:
de
te letten
owm
ik
dus spreek van het Goddelijke
lichts.
wordt uitgesproken
(pari k, t.
c/.tto
:
:
God woont
Eene gedachte, welke ook ïk-j
Sè ïv rüs
(p<a)t!
TvipiTx-
A. :
ttxctx SÓTtg '/.yxStr, kxi tcIcv SiopYj/xx
tsj 7rx.rphg twj ^r^row. rijst
hierbij
Op
deze uitdrukking
de vraag, of tcxtVp
rw
van de starrenwereld, „de Creator van het firmament",
God
waarin
die creaturen,
hebben wij
1
een glans des
want exegetisch
letten,
verstaan
te
is
in
ccmu KXTx/3xïyou
even
wij
f'^rwj
1
,uóy:g ïyj^y aSrxyx(TLxv^<pu>g
s
17 vinden wij het causale begrip
:
riKiLZV xv(jjB-Ïv
moeten
van
vers
xiiTog kcrriv ïv
16:
de voorstelling van de Heilige Schrift
Goddelijk aureool,
'Jtg
:
uitgesproken, dat het licht
het element voor het leven
:
dat dy.w schuilt de voorstelling van de sfeer, het
element, waarin iemand zich beweegt.
levenselement,
Hem
zoo ook wordt van
'a-Tb,
(pu^c
levenssfeer
zijne
of
aLroü, hetgeen
God
doen met eene antithetische uitdrukking, waarin
te
^oic
andere deel, dat niet ÏCTTIV
t'§
den broeder.
in
ïcrrtu c^ir-i]
y.y.l
:
B-s.og
'o
tevens de bron van
gelijk
Het kind van
slaat.
gemeenschap.
in Christus'
g.
bvy.yyk'kXzyi.vJ iyuv^
K7.1
201
mint eo ipso ook rcv yiyivvrmivov
yewr^crxc: mint,
op
evenzeer
3.
Dei.
kinderen en hun den Heiligen Geest geeft
zijne
tot
De nominibus
6.
en Vader, die generans, bron en oorsprong
(p^tg
aanwezig
is
op het volgende:
in geestelijken
In
zin.
is
van
al
verband hiermee
'n:xpxXAxyr,'f\Tpz7r~r,gj'7rc<TY.ix(T^y..
Dit toch
op de hemelbollen. De zon, de maan en de starren hebben "^tXTrxpxXkxyht; die wisselen wel, zooals zij zich aan ons oog voordoen. De zon komt op en wijst juist
verdwijnt weer; daar kwartier, volle
maan
dan
's
's
avonds,
verandering.
van
al
die
dus wel een
is
etc.
rpoTr'rg
Het aspect der hemelbollen
avonds heel anders dan
Maar God kent f^rx
is,
is
xTrcTKixTjicx.
Hij niet
's
is 's
'TzxpxXXxyr,
heefteerste
middags heel anders
morgens enz. Daar
die verandering niet. Juist
aan die
De maan is
omdat
dus altegader Hij
de
onderworpen, want
vrxrr^p
Hijzelf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's