Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 374
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Sacra Sckiptura (Pars Secunda).
200
God
persoonlijken
doen
te
van het andere
rioriteit
kreeg
en die weet, dat zijne wijsheid geloovige
de
zegt
„Ik
:
nu
en
in
bij
voor dat andere
moet leven
ik
van den Eeuwige dwaasheid
die
heb toen den Heere leeren kennen." Het heeft plaats
van de
de ziel; Hij
tot
;
Daarom
is.
De
met het Drieëenig Wezen, maar altoos door den Heiligen Geest. Geest spreekt alleen
de supe-
ik ervoer
eigen
zijn
ik ; die gevoelt, dat hij
Heilige
de spreker, de interpres, deaanroerder
is
Wanneer de geloovige daartoe is gekomen, verandert op eenmaal zijn De Heilige Schrift blijft niet langer een apotheek,
ziel.
standpunt tegenover de Schrift. waaruit
een medicijn voor zich
hij
om
zoekt de Schrift
schoonheid
zijne
de Schrift
doorzoekt,
hem ook
kunnen
niets
De
;
neen, het egoïsme
Hij is als
anders
is
het
Zoo ook met de
geloof heeft, leest de Schrift eenvoudig uit plicht
aan Christus, zoekt
is
hem
overige laat
ziel,
't
den,
gewaarwordingen
koud.
—
;
hij
door-
boom
kapt
om om
beursberichten kan een arme niet verstaan,
schelen,
ontving en geld te beleggen heeft.
Die gebonden
weg
is
de botanicus, die een bosch
een houthakker, die een
niet als
dien voor zich te verbranden. ze
krijgt
zelf.
Die een historisch
Schrift.
hem
het kan
;
die een erfenis
niets schelen.
de Schrift alleen den redder voor zijne
in
Maar de geloovige
die de zijne
met hem,
waren
bij
de Schrift toestan-
leest in
de aanraking met het eeuwige
Wezen. De Schrift beantwoordt de vraag wie is God en welke zijn Zijne deugden? Hij leest van mannen, die tot in de détails toe beschreven hun aanraking met het eeuwige Wezen. Nu gevoelt hij opeens, dat heel de Schrift ;
belangrijk
is
dat
;
alles
in
de Schrift beduidenis heeft.
de
Hij heeft
realiteit
van het goddelijke eeuwige leven leeren kennen en gevoelt, dat de wereld die
maar wel
realiteit niet kent,
zijn kostelijk
van
zich 'zelf en van de eeuwige realiteit
dat
die
realiteit
realiteit
twijfel,
anders werd en volle
Schrift
zijn
ik
gekomen, is
is
hij
realiteit
en gaat
wereld leugen
—
verdort
is.
de disharmonie tusschen
zijn v/aarachtig
met hij
zijn
de
leeft
Schrift
volge
op
als
Vroeger was de
tegen
de
en de Schrift,
beeld leerde kennen en het
handen heeft
Maar ook kent
hem
wereld hij
in,
getast,
nu past
twijfel
aan de Schrift weer op,
onwrikbaar en kan
hij
Woord
zijn
—
hij
des levens
persoon op de
gevoelende dat het woord van die
maar gelukkig ook oogenblikken,
de
Maar nu
oogenblikken van inzinking, waarin het geloof dat het leven klimt, dat
klapwieken van de engelen hoort en van de zonde walgt. ten
zulken toestand,
in
af te scheiden.
van de wereld voor hem waarachtig en daarmee streed de Schrift
vandaar de
in
meer van
niet
boek, de Heilige Schrift. Tot kennis
in
In die eerste
die laatste
is
zijn
hij
het
momen-
geloof aan
het niet vinden met de wereld. Dientenge-
hem alle twijfel in het licht der zonde gesteld hij komt de zonde in hem macht heeft en verdwijnt als de zonde het verliest.
wordt
Zoo werken
voor
verlichting en heiligmaking
;
samen en naarmate de Heilige Geest
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's