Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 565
college-dictaat van een der studenten
:
Caput
I.
Inleiding.
17
Ook blijkt dit uit het „door Hem tot God gaan" was het een borgstaan bij ons voor God, dan zou het wezen, dat de H. G. nu altijd in onze harten komen kan maar waar er staat, dat wij toegang hebben tot God door Hem, dan is dit alleen, omdat Hij voor ons borg is bij den Vader. ;
;
Er
behoud der oude opvatting eischen heeft, is het dwaas nog een borg te eischen. niet berouwen" veronderstelt een borg bij God.
dus 5 zaken, die
zijn
1.
waar God gezworen
Hem
2.
het „het zal
3.
het
ambt van den
4.
het
o-w^e^i/
5.
het gaan van ons tot
alle het
onderscheiding met den profeet.
lipijc in
als vrucht
van het lyyuoq
zijn.
God.
En nu de zaak zelve. 1ste. Hoe kon God een verbond sluiten met de uitverkorenen? (volgens de genoemde voorstelling toch was er een verbond der verlossing tusschen Vader en Zoon en een verbond der genade tusschen God en de uitverkorenen.) ;
welken toestand verkeerden dan de uitverkorenen?
In
dood en ellende? Maar is dan iemand, capax om met God een verbond te sluiten ? zonde,
een verbondssluiting
Bij
in
presteeren,
bevoegd
wat
De
beloofden.
zij
in
is
bekwaam
zijn tot
de misdaden,
verbondssluiting en kunnen
eisch voor een huwelijk
van een huwelijk (dat
zijn tot het sluiten
een toestand van
In
dood
den echten zin moeten twee contracteerende partijen
die elk een eigen wil hebben,
zijn,
die
de ouders hunne toestemming gaven
zij
is,
dat beide partijen
een zekeren
leeftijd
hebben,
men dus van een Genadeverbond, opgericht tusschen God en de uitverkorenen, dan moet men dus vooreerst vragen, of zij in staat waren om een verbond op te richten. Had de zondaar dan een vrijen wil? — Neen; want zijn voluntas was serva; het was niet alleen eene neiging tot het kwaad, maar de vijandschap tegen God verteerde zijn hart. Was er dan in hem eene mogelijkheid om dien wil te veranderen ? Neen want hij was alle macht kwijt. Was er dan iets te wachten voor de Spreekt
enz.).
;
toekomst,
kon
hij
wat
beloven kon ?
hij
om met
Het denkbeeld dus
zondaren wijze,
Al evenmin
;
dus ook met het oog daarop,
geen verbond aangaan. waren,
waarop
is
absurd
;
de uitverkorenen een verbond er
zou geschied
dit
maar, zegt men, zoo
is
geen gelegenheid
te sluiten, die
te vinden,
nog
wanneer, noch
zijn.
ook niet bedoeld het verbond is niet gesloten met de uitverkorenen, die nog zondaars waren, maar met de uitverkorenen, als Ja,
zoodanig. is
—
dit
Dus met de uitverkorenen,
de uitverkorene
het
is
nog gesloten
;
die al
wedergeboren zijn? Maar
eilieve,
wedergeboren beschouwd, dan begint het verbond, vóór want de wedergeboorte is de vrucht van het genadeverbond;
als
is;
dus moet het verbond reeds achter de wedergeboorte liggen. Meer nog, wordt iemand de ééne seconde bekeerd en sterft hij de volgende seconde, ontbreekt er
dan
iets
aan
zijne zaligheid; heeft hij
sloten in die ééne gave
met
iemand,
die
dan
dan
niet alles; ligt
van het genadeverbond ? Bovendien
alreeds
bewust bekeerd
is,
een verbond
stelt
sluit,
niet alles be-
men, dat God
dan moet de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's