Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 721
college-dictaat van een der studenten
HOOFDDhEL
Hem
Bij
met
de
Het
dus
is
nemen deze
men
;
men
belijdenis
de
er
niet
van
wel
onzen
meer mede, men
den
dan
van
de
locus
God
in
dezen
toe,
de wereld
uit
noodzakelijk
indenken,
in
is
geraakt als
is
meer van, belijders
;
ware aanbidding van den
geest
Waar ja,
:
bestaat, en wijl dit bestaan afhangt
onderscheiding
logische
Gods hare correspondentie. werkenden God op
in
en werken
besluiten
zeggen
niet
men
laat
het Pantheïsme.
in
maar
logisch noodzakelijk
is
zij
moeten wij
daar
is,
de
hangt
locus
nu
zij
dat
maar zoo, want dat logisch noodzakelijke hangt
een
Er
te
de Salute enz., maar van den
dan vervalt men terstond
onderscheiding
die
die
eenheid
als
heeft er geene kennis
Christo,
want dan vervalt onze geheele theologie.
zelf
Gods
actie
op het geloof en het besef des
uit
Heere bijzaak ? Neen, geenszins,
onze
juist alle indeeling
de ware blik op de geheele theologie, want
God, en
eenig proces Is
de
de Dogmatiek, die zoo
in
opvatting
zuivere
Heere
geen instrumenteele
zij
Deo wordt weinig gesproken, niettegenstaande de Gereformeerde er krachtig toe drong om hem op den voorgrond te stellen. Aan
de
locus
dat
organen, maar
in
Deus operans, anders vervaischt men het Godsbegrip.
rekent
handelt
de Unitas Dei, overeenkomende
is
belijden,
geheel
eerst
geene werking meer van
er gaat
Dat
wij
samenstel
om
noodzakelijk
den
in
31
met één eeuwigen actus heeft denken,
;
plaats.
waarvan
GENERALF.
uitsluit.
ook geen locus
dan
in tijd
geen
en
kent
Wezen Gods
het
in
Hem
bij
Dei,
Simplicitas
onderscheiding
DE DEO OPERANTE SENSU
2.
successie
uitvoeren
en
willen
geen
is
§
V.
af
is
in
God den
niet essentieel,
voor ons logisch
voor ons menschen
van de wijze, waarop
van den wil Gods,
ons inschiep, daar vindt
zij
in
wijl
God
het
werk
Het denkbeeld nu, dat wij den Deus operans
den voorgrond
stellen, is in tegenstelling deels
als
met
de voorstelling van den intermitteerenden God, deels met die van den dooden God.
Het
1.
nu
wat
wij
etc.
en
onze
met
doen
is
Hem
Dat
het
dagelijksch
een
einde,
met
dan
wij
ons
ligt
lijdelijk, ;
dus
dan
in is
is
;
begrepen,
alles
wandelen, eten, drinken
den slaop
;
dan neemt
God de
er intermissie.
het denkbeeld van
werken
is
identisch
verbonden, als men spreekt van een Deus operans.
wat
het niet"
in
studeeren,
leven,
werken
het
zijn
Onder „werken"
niet.
;
Psalm 121
in
hier
wordt dus
:
het
4 wordt uitgedrukt
de uitdrukking, dat is
noodig, en
arbeid dit
heeft
gebruik bij
God
en
:
„de wachter Israels
werken Gods genomen geheel
met de menschelijke intermissie
stelling
Bij
in
dan weer
echter nooit zonder te werken
is
sluimert
Ook
en
wij
de tegenstelling
actie
Heere
met den intermitteerenden God. Wij werken intermitteerend
is in strijd
werken
eens
in
„noch moede noch maf worrff'
verbruik
den Deus operans
in
tegen-
den slaap. ligt
hetzelfde.
van kracht, daarom hebben wij niet plaats.
rust
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's