Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 755
college-dictaat van een der studenten
Caput ui
Mediatoris Persona.
DjE
§
De
7.
naturarum
iinione
53
die óf slechts ééne natuur of slechts één wil of slechts één bewustzijn
den Middelaar
in
stellen, hetzij
door het menschelijke
het goddelijke te vermenschelijken, of uit beide
of
vergoddelijken
te
saam een tertium
quid als God-menschelijk te mengen.
in
Tot recht verstand waarvan dient opgemerkt, dat nooit een mensch staat zou zijn de Goddelijke natuur aan te nemen, overmits het
—
eindige nooit tot het oneindige reikt
menschelijke
het
delijke
in zich
maar wel omgekeerd het godop kan nemen, omdat het oneindige
vanzelf ook het eindige in zich besluit.
voortbrengen,
wel de eeuwigheid zich
tijd.
Te hulp komt
God
niet
al
een
slechts
zich
deel
om en
tijd
de Schepping. Immers
maar toonde van
Zijn Majesteit,
blijven.
liet
door
uit die
heel
Op
gelijke wijze
om
in
in
den vorm van
de Schepping schiep
die oneindige Majesteit
het andere inhield en
al
nu kon de Heere
de Schepping aan ons
Schepping kiezen
kan geen eeuwigheid
bepalen
stukske naar buiten, terwijl Hij
ongeworden van
hier
De zelf
te
in plaats
openbaren, een enkel
zich zelf intensiever te openbaren,
aldus aan ons bewustzijn, onzen wil, ons ik het naaste toe te komen daartoe dat bewustzijn, dien wil, dat ik zelf, kortom datgene wat
onze menschelijke natuur uitmaakt, verkiezen. Hij opent zich dan een nieuwe deur in het eindige, waardoor het oneindige, voor zooveel die opening
toelaat, tot
de perken bedenkt
ons doordringt
menschelijke
dier
God, dat wil
Hij als
Hij als
werken wat in getoond en gewerkt kan. Dat God, dat werkt Hij als God, niet
Hij toont en laat
;
natuur
maar aldoor en zonder ophouden en het is in den vorm van een door Hem gewrocht menschelijk werk van een door Hem in
slechts ééns
;
werking gezetten klaard
menschelijk
Er was dus
in
Hem innerlijk verbewustzijn, dat dit voor ons aan het licht treedt.
menschelijken
Hem
niet een beurtelings
andere bewustzijn, gelijk
bij
het goddelijk bewustzijn in wil ooit
willoos
of
wil en een door
ons
Hem
bij
overgaan van het eene
sliep nooit;
werkeloos was.
in het
het inslapen en ontwaken. Neen,
Maar
evenmin dit
was
als
de goddelijke
het, dat dezelfde
wil, die eens in Adam uit het goddelijk een menschelijk bewustzijn en daarin een menschelijken wil naar eigen uitdenking had
goddelijke
van oogenblik tot oogenblik dezen zelfden wil en ditzelfde bewustzijn ook persoonlijk ter beschikking kon stellen, nu Hij dit ter volvoering van Zijn raad noodig keurde. ingeplaatst,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's